Tekst toespraak Otto de Bruine, zaterdag 4 oktober 2008, Johannes Fontanuscollege Barneveld landelijke toerustingsdag stichting Gave. De zegen van vluchteling Wij stonden bij het stoplicht. Een vreemd gezin. Duidelijk asielzoekers. Kleine, getinte types in vierdehands kleding. Ik ben nieuwsgierig en probeer iets over waar ze vandaan komen. Ik wil aardig zijn. Ik ga dat ook bewijzen. Zij duiken ineen. Kijken elkaar aan en dan de andere kant op. Zij zien mij als geheim agent. Houden de lippen stijf op elkaar... Ik wil zeggen: 'welkom...' maar het licht springt op groen en ze vluchten het zebra pad over... verdwijnen in de mensenstroom. Ik denk: stelletje asocialen...ze willen geen contact... ze mogen blij zijn dat ze hier mogen wonen...dat wordt echt nooit iets... Zij denken: wat moet die grote vent? Waarom sprak hij ons aan?. Sta ik in de fitness ruimte: is er een donkere vrouw... Gaan we in een kringetje staan voor de warming up... zoekt zij nerveus een plekje tegenover de ingang... Gaan we op de toestellen... zoekt ze een toestel op zo ver mogelijk van de deur... Is het afgelopen... kijkt ze telkens schichtig om zich heen... Ben ik in mijn kerk, zie ik er drie bij elkaar staan... zoekend naar ogen, naar contact... breed lachend...weinig woorden. Blij, dat wel. Apart, dat ook. En naast hen, altijd zuster Riet van dik in de zeventig, die ze elke zondag ophaalt en wegbrengt. Ze thuis te eten krijgt. Altijd drie of vier van die lui op sleeptouw neemt... Zuster Riet is zo langzamerhand eigenlijk zelf een vreemdeling. Want niemand anders doet dat bij ons in de kerk. Zij is bijna de enige. Vluchteling, vreemdeling: Probleem, gevaar, vloek? Of: Spiegel, vraag, uitdaging? Of: Geschenk, aanwinst? Een zegen? 'De vluchteling als zegen' is het vreemde thema van deze dag en van mijn toespraak. Vluchtelingen zijn geen zegen maar een ramp. Een wandelende ramp. Gevlucht, los van familie, altijd bedreigd, getraumatiseerd. Letterlijk: Ellende: uitlandig zijn. Een congres van begrafenisondernemers krijgt toch ook niet het thema: 'de zegen van de dood''? Hoop ik... Laten we de zaak niet omdraaien... Maar als de samenleving de vluchteling, de vreemdeling als persona non grata, als een bedreiging gaat zien... staan wij vandaag stil bij een andere kant. De vluchteling, de vreemdeling, als onverwachte, onbedachte zegen. Welke zegen? 1. Herinnering aan ons eigen vreemdelingschap. Wij zijn ook vreemdelingen in een samenleving waarin het individualisme, het egocentrisme, hoogtij viert. We zouden het vergeten. 'Ik ben een vreemdeling op aarde...' (Psalm 119:19) Mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid en barmhartigheid, zijn vreemdelingen in een wereld die uitgaat van competitie, eigenbelang en ook eigen volk eerst. Zo waren de vreemdelingen in Israël, per definitie landlozen, afhankelijke mensen, die Israël bij de les van dankbaarheid en ootmoed hielden. Deuteronomium: 'Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.' Of misschien voor ons vertaald:Behandel vreemdelingen met liefde want je bent er zelf NU en HIER ook een. (Deut.10:19). Naarmate de decembermaand nadert voel ik mij, zeker in de winkelstraat, een vreemdeling in eigen land. 2. Souvenir van God. De vreemdeling, veelal uit de Niet-Westerse wereld, heeft Godsbesef en wordt daarmee een vraag aan ons allen: rekening te houden met de Eeuwige. Dat is in veel gevallen Allah, in veel gevallen ook de Vader van Jezus Christus. Maar hoe dan ook: de vreemdeling herinnert ons aan God. Hij of zij bidt, verwacht zijn heil van zijn Schepper. Een mogelijkheid om weer na te denken over geloof, zingeving, verwachting en verlangen naar Gods ingrijpen in ons leven. Hij bidt de Psalmen uit het hart: Ik ben arm en zwak, God, kom haastig, u bent mijn helper, mijn bevrijder, HEER wacht niet langer (Ps. 70:6) Bij U HEER, schuil ik, maak mij nooit te schande, red en bevrijd mij, doe mij recht, hoor mij en kom mij te hulp. Wees de rots waarop ik kan wonen, waar ik altijd heen kan gaan. Mijn God bevrijd mij uit de hand van schurken, uit de greep van wrede onderdrukkers. U bent mijn enige hoop, HEER, mijn God... u bent mijn veilige schuilplaats. (uit Ps. 71: 1-8) 3. Katalysator van Gods werk. God is bewogen met de arme, de afhankelijke mens. De zieke, de weduwe en de wees, en de vreemdeling. Je zou kunnen zeggen: waar geleden wordt, kun je God verwachten. Nood leert bidden, zeggen we ook. Wil je het evangelie zien werken, zoek dan de pijnplekken van de wereld. En zo is dat oom rond de vreemdeling. Zo zegt mijn broer, de Paus Benedictus XVI, dat het christendom een therapeutische godsdienst is. Dat wil zeggen: redding, bevrijding, genezing, verzoening en herstel zijn kernbegrippen. God heeft iets met zwakke afhankelijke mensen die om hulp roepen. Wie in Gods beweging meegaat, vindt God daar, en ziet God aan het werk. Dat is zegen! De zegen om als Nederlandse christen, vaak vervreemd van de concrete werking van het Evangelie, om in eenvoudige woorden het evangelie uit te leggen, en te zien dat God daarin werkt. Zegen als je ziet dat dit 'absurde evangelie', dat zo tegen alle menselijke gedachten en logica indruist, door hen bestudeerd wordt - 'Nederland is een christelijk land, toch goed om te weten wat het christendom dan inhoudt.' (inburgering)- en door velen ook aanvaard wordt. Het is de asielzoeker die in zijn schrijnende nood ons vraagt met hem of haar te geloven in een oplossing. Een concreet gebed om status, om huisvesting, om werk. En het werkt...het gebed wordt zo concreet als het om die eerste levensbehoeften gaat. De vreemdeling staat plotseling naast ons als vraagteken: ben je nog dankbaar? Bidt je nog voor het noodzakelijke, voor gezondheid en kleding? 4. Jezus als vreemdeling voor de vreemdeling. Jezus zegt: 'Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is...want IK was een vreemdeling en jullie namen mij op....Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van deze onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters dat hebben jullie voor mij gedaan.' (Matteüs 25) De vreemdeling, de vluchteling, is ongewild...een zegen. Hij of zij wordt in de naam van Jezus een zegen voor ieder die hem zegent. Niet omdat wij daar een goed gevoel bij krijgen, dat is mooi en motiveert, maar omdat er een diep geheim, een geestelijk geheim in schuilt: de wederkerigheid. Geef en u zal gegeven worden, zegt Jezus. Wie zich met de vreemdeling verbindt, verbindt zich met een van de kernopdrachten van het Koninkrijk van God: Gastvrijheid. Jezus verbindt zich met vreemdelingen, zo zeer dat Hij de gastvrijheid aan hen, aan zichzelf rekent. Maar Hij is ook zelf de expatriate, de vreemdeling, die ons thuisbrengt. Dat is de grootste zegen: getuige te zijn van het woinder dat mensen Jezus leren kennen, aannemen, en thuis komen. Dat doet GAVE: De vreemdeling Jezus voorstellen aan vreemdelingen, om hen zo thuis te brengen in het zeven sterren AZC: Gods Koninkrijk! 5. Lachen en danken! Vreemdelingen laten ons lachen over onze eigen gekkigheid, die ons niet meer opviel. Ze bieden ons een humor, die niet cynisch of ironisch is, zoals onze eigen ironische cabaretiers, maar zijn in zichzelf een spiegel die ons onszelf doet relativeren. Dat is een dubbele zegen. Te weten dat wij best een uitzondering zijn in een zee van oorlog, onrecht en armoede. Dankbaar zijn omdat de vreemdeling dankbaar is met alles! Vrede, veiligheid, een dak boven je hoofd en eten op tafel! In een land van overvloed en onbehagen is het een verademing om dankbare lachende mensen tegen te komen. Vreemdelingen laten ons zien dat we zorgvuldig moeten zijn met vrede, veiligheid, vertrouwen, vrijheid. Tenslotte: In de wisselwerking tussen vreemdeling en gastheer wordt aan beide kanten gegeven en ontvangen. Wij ontvangen door gastvrijheid te bieden, door pastoraat en hulp te bieden. Door het Evangelie te delen. Niemand is te arm om te geven, en niemand is te rijk om te ontvangen! Wie geeft, moet eerst leren ontvangen. Wie ontvangt moet ook leren geven. Bede voor Stichting GAVE is om in deze zegen te bemiddelen. Mensen motiveren, trainen en helpen om zich te verbinden met vreemdelingen, en Jezus Christus aan hen bekend te maken.