De Bijbel over vluchtelingen

Bijna zo lang als de wereld bestaat zijn er al mensen op de vlucht. De mens werd vanwege de opstand tegen God verdreven uit het Paradijs (Gen. 3:22-24). Totdat Jezus terugkomt zal dit zo blijven. In de Bijbel komen we sinds de eerste mens veel verschillende soorten vluchtelingen tegen.

Vluchtelingen

Abraham, Isaäk en Jakob zijn alle drie tijdens hun leven gevlucht vanwege hongersnood (Gen. 12:10, 26:1, 42:1-2). Vandaag de dag zouden we hen economische vluchtelingen noemen.
Mozes is gevlucht omdat hij een Egyptenaar had gedood (Ex. 2: 11-15). Evenals David is hij een voorbeeld van een politieke vluchteling in de Bijbel.
Jezus is de meest bijzondere vluchteling in de Bijbel. Als baby moest hij vluchten naar Egypte (Mat. 2: 13-15). Aan het einde van Zijn leven vluchtten zijn volgelingen bij Hem vandaan. Zelf gaf Jezus zich vrijwillig over aan de soldaten die Hem zochten.
Na Jezus’ dood werden de ontstane christengemeenten vervolgd en verstrooid (Hand. 8:1).

Gods bijzondere zorg voor de vreemdeling

God vraagt van ons zorgzaam te zijn voor vreemdelingen. “En wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, zult u hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u verblijft; u zult hem liefhebben als uzelf, want u bent vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.” (Lev. 19: 33-34, zie bijvoorbeeld ook Deut. 10:17-18, Ez. 47:21-23)
Jezus vertelt zelf ook over vreemdeling zijn. Het goede dat je voor je naaste doet ziet de Jezus alsof het voor Hemzelf gedaan is. Hierbij hoort ook het onderdak verlenen aan de vreemdeling (Mat. 25:25-36). Sommigen hebben hierdoor onwetend engelen geherbergd (Hebr. 13:2).

Gods plan in migratie

Doordat mensen vluchten of om andere redenen migreren ontstaan er twee soorten mogelijkheden voor de verspreiding van de Blijde Boodschap.
Als eerste reist het Evangelie met mensen mee naar anderen, zoals dat nu bijvoorbeeld in de zending gebeurt. Het dienstmeisje van Naäman vertelt over de profeet te Samaria (2 Kon. 5: 2-4), Ruth vertelt in Moab haar schoondochters over haar God (Ruth 1:16) en de verstrooide eerste gemeente trekt het land door en verkondigt het Evangelie (Hand. 8:4).
Als tweede trekken vreemdelingen naar plekken met mensen die al uit het Evangelie leven. Salomo bidt voor de vreemdelingen in Israël (2 Kron. 6: 32-33), hele volken zullen in Jeruzalem op zoek gaan naar de HERE (Zach. 8: 20-22) en de kamerling hoort het Evangelie op de terugreis vanaf Jeruzalem (Hand. 8: 27-28).
Een groot deel van de vluchtelingen die naar ons land komen, zijn opgegroeid in een land waar vaak weinig christenen zijn en zendelingen moeilijk het Evangelie kunnen brengen. Juist zij komen naar ons land, waar vrijheid is om de liefde van God met hen te delen. Gave is daarom opgericht met het idee dat hier een opdracht ligt voor de Nederlandse christenen.