Jezus heeft ons beschermd

Armeense familie voelt zich thuis in Nederland

De familie Aslanyan uit Armenië woont bijna 6 jaar in Neder-land. Op een vrijdagmiddag reed ik naar Rotterdam en ont-moette hen in het asielzoekerscentrum. Na veel gangen en kamer-nummers gezien te hebben, vond ik de juiste kamer. Ik ontmoette vader Ando (40 jaar), moeder Marine (34 jaar), zoon Armen (14 jaar) en dochter Angela (13 jaar). Een gezellig gezin met een warme uitstraling. Mensen die me aan het eind vroe-gen of ik iedereen in Nederland wilde bedanken omdat ze hier rustig kunnen leven. "In Armenië zijn altijd problemen, nu voel ik me
vrij", aldus moeder Marine.

Door een afwijking aan zijn oog werd vader Ando afgekeurd voor de dienstplicht in Armenië. In eerste instantie was hij daar blij mee, want hij wilde niet vechten. Armenië was destijds nog onderdeel van de communistische Sovjet Unie. In 1990 werd Armenië onafhankelijk en werd vader Ando alsnog opgepakt om mee te vechten. Hij wist te ontkomen en vluchtte via Moskou naar Neder-land. Zijn vrouw en kinderen weten een jaar later uit Armenië over te komen en krijgen een plekje in het asielzoekerscentrum in Papendrecht.

Angela

In Papendrecht wordt Angela, ze is dan 10 jaar, uitgenodigd voor de kinderclub door Cora Donk. Angela vindt het heel gezellig op club en gaat dan ook altijd samen met haar vriendinnetjes. Ze hoort de bijbelver-halen en leert Nederlandse liedjes over God. Ondertussen zijn Angela en de dochter van Cora dikke vriendinnen geworden. Angela gaat mee met kamp van de kerk en zingt mee in het kinderkoor. Ook moeder Marine wordt al snel bevriend met Cora en gaat op uitnodiging van Cora mee naar de kerk. De ontmoeting met de Nederlandse christenen doet haar goed. Dit zijn mensen die de woorden van God volgen, daar voelt ze zich goed bij. Moeder Marine heeft op het AZC in Papendrecht veel geleerd over de Bijbel, ze deed daar regelmatig bijbelstudie met een Nederlandse vrouw.

Communisme

Het gezin Aslanyan was ook in Armenië al christen. Ze waren daar aangesloten bij een pinkstergemeente. Marine groeide op in de Apostolische kerk, de staatskerk van Armenië. Dit was de enige toegestane kerk in de tijd van het communisme. Ze zag veel men-sen die zich christen noemden, maar in hun leven merkte ze het tegenovergestelde, zoals veel drankverslaving. Nadat Marine trouwde, ging ze zelf de Bijbel lezen en ontdekte dat Jezus haar Verlosser wilde zijn. Vader Ando weet heel zeker dat Jezus zijn Redder is. God staat op de eerste plek in zijn leven. Het was God die hem beschermde en zijn gezin veilig in Nederland heeft gebracht. Angela: ”Ja, Jezus heeft ons beschermd, want ik zat in een kofferbak van een auto en bij de grens konden we gewoon doorrijden”. Ze vertelt er nog bij: ”Je moet nooit je geloof opgeven, Jezus kan je altijd hel-pen”. Armen voegt toe: ”Ja, je moet naar kerk blijven gaan, want de mensen daar helpen ons altijd.” Het gezin Aslanyan besluit iedere dag met gezamenlijk bij-bellezen en gebed. Ando wil zijn kinderen mee-geven dat ze uit de Bijbel moeten leven. In Armenië heeft hij te veel mensen gezien die dat niet deden. Die men-sen gingen naar de kerk, brandden kaarsjes maar geloofden niet dat er na de dood nog leven is. Nederland is een goed land. Ando vertelt me dat hij blij is dat ze hier mogen leven. Hij weet niet of het voor altijd is, maar nu zijn ze veilig en daar dankt hij Zijn Redder voor. Armen vindt het belangrijk dat je je eigen mening mag hebben in Nederland. Marine voegt daar aan toe: ”In Armenië zijn altijd problemen, nu voel ik me vrij”.

(Weergave, december 2006)