Hier in Nederland heb ik nieuwe familie gekregen

Mensen verlaten hun huis vanwege de oorlog in hun land. Maar sommigen verlaten hun land vanwege de oorlog in hun huis. Dat deed ook Nagham, een jonge moeder uit Zuid-Irak. In de regio waar zij woont, vinden mannen dat ze het recht hebben om vrouwen te slaan en te kleineren. Met pijn in haar hart liet Nagham haar twee zoontjes achter en verliet haar huis, in de hoop haar kinderen ooit weer te zien.

“Mijn leven was moeilijk. In Zuid-Irak is een vrouw niets waard, de man is de baas. Ze zijn niet gelijk en ze doen niets samen. Een man hoeft niet bang te zijn als hij op straat loopt. Maar ik kon nooit naar buiten en ik mocht niet werken. Toen ik trouwde zei mijn familie tegen mij: ‘Vanaf vandaag ben je van hem. Je bent het bezit van je man.’ Maar ook mijn schoonvader en mijn broer behandelden mij als hun bezit.”

Wachten

Nagham (26) is nu bijna 3 jaar in Nederland. Ze praat moeizaam Nederlands, maar haar ogen spreken boekdelen. Een sterke vrouw, vol vertrouwen, maar met een groot verdriet.  De IND heeft haar asielverzoek afgewezen. Irak is namelijk officieel een veilig land voor vrouwen. Bovendien zijn er twijfels bij de IND over de bekering van Nagham. Nagham woont nu bij mensen uit de kerk in huis en wacht tot ze een nieuwe procedure kan starten. “Ik weet niet wat Gods plan is. Maar ik vind het goed wat Hij doet. Ik bid natuurlijk dat ik mag blijven en dat mijn kinderen hier mogen komen. Maar ik wil ook de weg gaan die God mij wijst. En ik ken die weg niet. Ik weet het niet, ik laat het aan God over. Het moeilijkste is het wachten. Ik heb geen contact met mijn kinderen in Irak. Maar gelukkig geloof ik in Jezus en weet ik dat Hij ook dichtbij mijn kinderen is.”

Nieuwe familie

“Hier in Nederland heb ik nieuwe familie gekregen. De mensen in Nederland helpen de iedereen, zonder onderscheid te maken. Ze bidden voor anderen die ziek zijn of zich niet goed voelen. Daar leer ik heel veel van. Wat ik heel mooi vind, is dat man en vrouw in Nederland gelijk zijn. Een vrouw heeft hier niet alleen plichten, maar ook rechten. In mijn land is dat heel anders. Zonder vrienden zou ik het niet volhouden. Dan zou ik me heel verdrietig en eenzaam voelen. Mijn vrienden praten met me, ze zijn lief voor me, ze helpen me.”

Drie keer vragen

“In de kerk heb ik zelfs een zus. Dat is Martine. Ze is er altijd voor mij. We lezen samen in de bijbel, gaan samen wandelen en eten. Als het moeilijk is praten we met elkaar. En we hebben ook veel plezier. Ik zag haar voor het eerst in House of Joy. Wat een mooie vrouw, dacht ik. Een sterke vrouw. Ik wilde graag contact met haar. Twee weken later in de kerk zag ik haar weer. Ze vroeg of ik koffie kwam drinken. Maar ik zei nee, want dat doe je in de Arabische cultuur. Je moet iets drie keer vragen. Ze vroeg het nog een keer en nog een keer. En toen wilde ik.”

“Als ik jou zie, zie ik Jezus”

“Ik leer veel van Martine. Ze kan niet met iedereen praten, want ze spreekt geen Arabisch. Ze begrijpt niet alles. En toch helpt ze iedereen. Ik vroeg waarom ze dat deed. ‘In de Bijbel staat dat God wil dat we iedereen helpen’, zei ze. God houdt van alle mensen en Martine doet dat ook. Toen ik in Nederland kwam, was ik niet zo sterk. Maar dankzij Martine voel ik me steeds beter. Ze zegt het ook vaak tegen mij, dat ik lief ben en sterk.”

Vergeven

Op haar eerste opvanglocatie in Nederland ontmoette Nagham christelijke vrijwilligers. Ze ging met hen mee naar de kerk en liet zich dopen. Dat veranderde haar houding tegenover haar familie totaal. “Ik hield niet van mijn broer en ook niet van de mensen die ik in Irak om me heen had. Mijn broer was niet goed voor mij. Maar in de Bijbel staat dat God liefde heeft voor alle mensen en dat ik ook van ze moet houden. Mijn broer sloeg mij, maar ik sloeg ook terug. We vochten veel. Maar ik heb geleerd om mijn broer te vergeven. Ik vind het heel belangrijk dat mensen, of ze nu arabisch zijn of Nederlands, de bijbel gaan lezen en leren om in vrede met elkaar te leven. Niet met elkaar vechten, maar als broer en zus goed zijn voor elkaar.”

Bijbelstudie

“Ik wil iedereen vertellen over de Bijbel en over Jezus. Ik zag een keer in het AZC een klein meisje staan, 10 jaar. Ze sprak Arabisch en ik vroeg haar wie haar moeder was. Bij de receptie kreeg ik het kamernummer van die moeder. Ik ging naar haar toe en zei: ‘Ik kom voor jullie. Komen jullie mee naar de kerk? Morgen gaan we daar met alle arabische mensen eten.’ De vrouw zei tegen mij: ‘Echt? Komt u van de kerk? Maar ik heb de kerk nodig! Ik heb de bijbel nodig! Kun je me helpen?’ Ze was helemaal geen christen. Maar ze is meegegaan en nu doe ik elke maandag bijbelstudie met haar. Dat is God. Hij weet dat deze vrouw bij Hem hoort. En Hij stuurt een kind om me naar haar toe te brengen.”

God tegenkomen

Nagham ervaart elke dag Gods leiding en nabijheid in haar leven. Het is een schat die ze niet meer loslaat. En ze verlangt ernaar dat meer Nederlandse christenen beseffen welke rol ze kunnen spelen in het leven van de vluchteling. “Je hoeft echt niet meteen over de bijbel te praten als je een vluchteling bezoekt. Een gezellig praatje is al genoeg. Want als ze jou zien, dan zien ze God. Zo heb ik dat ervaren met Martine. Net als veel andere vluchtelingen vroeg ik mij ook af waarom de mensen in Nederland zo aardig zijn. Ik heb ontdekt dat het is omdat ze christen zijn, omdat God door hen heen werkt. Als Martine mij helpt, dan zie ik niet Martine, ik zie Jezus! Ik ben door de christenen in Nederland de bijbel gaan lezen en heb God leren kennen. Het is God zelf die ik in die mensen tegenkwam. En daarom wil ik Nederlandse christenen vragen om vluchtelingen te bezoeken en naar hen om te zien!”

Lees hier het verhaal van Naghams vriendin Martine.

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world