“Van joints willen ze alles weten, van Jezus niets”

Zijn leven liep best lekker. Elke ochtend naar school, elke middag fitnessen, elke avond kickboksen en elke nacht naar zijn vriendin. Dat was het leven van Noro (19) leven van zijn veertiende tot zijn zestiende. Na de verhuizing naar een ander AZC werd de fitness ingeruild voor een drumstel. Metal-muziek (van het zwaarste soort), joints, XTC en andere pillen zorgden voor een hellend vlak in zijn leven. Hij verdiepte zich steeds meer
in het satanisme en verbleef 's nachts met vrienden in het bos. “Toen heb ik Jezus een keer gezien. Aan een kruis. Hij hing daar met Zijn armen wijd en Zijn lichaam droop van het bloed. Ik was wel stoned, maar ik weet zeker dat Hij het was. En mijn vrienden ook. We waren niet bang, maar wel heel erg onder de indruk.”
Als iemand Noro vroeg of hij in God geloofde, antwoordde hij dat hij christen was. “Natuurlijk. Ik ben een Armeen en een Armeen is christen. Nou ja, eigenlijk is de helft van mijn bloed christelijk en de andere helft islamitisch, want mijn vader is een Azerbeidzjaan en die is moslim.” Ruim zes jaar geleden kwam Noro met zijn moeder naar Nederland. In zijn eigen land werd het gezin geiscrimineerd in verband met de dubbele nationaliteit van Noro. In Nederland ging de jongen zijn gang en hij wist van geen ophouden. Zijn droom was een heavy-metal-band en die heeft hij ook een tijdje gehad.

Ik leerde Noro kennen op weg naar een jeugddienst. Hij zat achterin mijn auto en toen ik in mijn binnenspiegel keek was het alsof God zei: “Die moet je hebben”. Het klikte best aardig, hoewel onze hobby's en interesses ver uit elkaar lagen. Na een halfjaar vrienden te zijn geweest ging Noro mee naar een jongerenkamp van Gave. Hij vond het er de eerste dagen erg soft, maar die houding veranderde gedurende de week. “Het was zo goed daar. God was daar. Echt, ik wilde er niet meer weg.” De doorbraak kwam een paar maanden later, tijdens een nazorgweekend voor de kampjongeren. Tijdens de bijbelstudie van zaterdagochtend, die over de Heilige Geest ging, vroeg hij: “Kan ik die Geest ook ontvangen?” ‘s Avonds zijn we op de knieŽn gegaan. En hebben we hem het Evangelie uitgelegd. De Geest van God werd hem te sterk, huilend beleed deze stoere jongen zijn zonden en smeekte hij Jezus om genade. Zijn gezicht straalde. Noro: “Dat was de mooiste dag uit mijn leven”.

Bij thuiskomst op het AZC waren zijn vrienden verbaasd. Noro heeft ver-volgens een heel moeilijke periode meegemaakt waarin hij verder dan ooit in de drugs terechtkwam. Maar God heeft hem er weer uitgetrokken. Zijn metal-cd’s zijn de vuilnisbak ingegaan. En bij liederen uit ‘Opwekking’ kun je ook goed drummen. Wekelijks hebben we, als geestelijke broers, onze ontmoetingen en bijbelstudies. Ondanks de onzekerheden of hij in Nederland mag blijven, gelooft hij dat God hem vasthoudt. “Pas had ik een brommerongeluk. Ik lag bewusteloos op straat. Het is misschien raar, maar toen ik weer bijkwam dacht ik: Jammer eigenlijk, ik leef nog. Nu mag ik nog niet naar God toe. Maar het is goed hoor, ik wil nog voor Hem leven. Eťn ding begrijp ik niet. Als je tegen je vrienden zegt dat je een joint hebt gerookt dan willen ze er alles over weten. Maar als je ze over Jezus vertelt dan is niemand geÔnteresseerd! Dat is raar, want het is zo mooi als je eerst Gods vijand was en dan Zijn vriend wordt.”

(Weergave, maart 2005, Jurjen ten Brinke)