Angolese zendelingen in Nederland

In de winter van 1999 kwam hij in Nederland terecht. Geheel onverwacht. Als asielzoeker in dit koude land waar alles anders is. Een land zonder wilde olifanten en leeuwen, zonder tropische zon en familie. Een land met een vreemde taal.
Pedro Mvovimacumbi had er niet voor gekozen maar was gevlucht voor de regering die hem wilde dwingen de wapens te pakken om te strijden tegen de rebellen. Als christen voelde hij daar niets voor en dook onder. Uiteindelijk restte hem niets anders dan zijn land Angola te verlaten. Met Gods hulp kwam hij in Nederland terecht. Het contact met zijn vrouw had hij verloren. Hij wist niet waar ze zich bevond. Hij had haar in Nederland een aantal brieven verstuurd maar kreeg geen reactie. Nadat Pedro twee keer was ondervraagd door de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) werd hij overplaatst naar het AZC in Gasselte. Vasthoudend aan Gods belofte en opdracht besloot hij weerstand te bieden tegen de lamlendigheid en verslagenheid die hem wilden vloeren. Hij trommelde andere Afrikanen op om samen iedere week op dinsdag bijbelstudie te doen en om op donderdag gezamenlijk te bidden en te luisteren naar zijn preek.

Gebed

De belangstelling groeide voor deze samenkomsten, maar nam na verloop van tijd toch weer af. Pedro besloot om het evangelie op andere AZC's en AVO's te verkondigen. Er werd regelmatig gebeden om belangstelling voor Gods Woord op de AZC's en voor hereniging van Pedro met zijn vrouw Cataculo. Na anderhalf jaar werd hun gebed verhoord. Een medewerkster op het AZC vroeg hem naar de naam van zijn vrouw. Volgens haar bevond zijn vrouw zich in het Onderzoek- en opvangcentrum Dordrecht. Hij geloofde zijn oren niet maar besloot dit toch te controleren. Toen ze elkaar voor het eerst weer zagen viel zij flauw van verbazing. Zij wist niet dat hij in Nederland was. Na enige tijd werd zij overgeplaatst naar Gasselte. Ze sliep slecht het eerste jaar in Nederland. Vaak kwamen er nare herinneringen boven. Van hun advocaat hoorden ze niets meer. De onzeker-heid bleef bestaan over hun toekomst. Na enige tijd ontvingen ze een kindje. Ze noem-den het kind ‘Chevervie’. Dit woord is afgeleid van drie Franse woorden (chemin = weg; veritť = waarheid; vie = leven). Hun verlangen is dat dit kind een getuige zal zijn van Jezus Christus die de Weg, de Waarheid en het Leven is.

Steun

Pedro bevindt zich in een situatie waarin hij geen toekomst kan bieden aan zijn vrouw en kind. Iedere dag kan de laatste in Nederland zijn en hij is bang voor de ambtenaren in zijn land. Hij verwacht dat ze hem zullen doden als hij terug gaat. Steun in de vorm van bezoek, gebed en medeleven wordt altijd zeer gewaardeerd door hen beiden. Pedro weet dat God hen zal helpen.
Hij is ervan overtuigd dat zij een hemelse status en een hemels bevel hebben ontvangen om het evangelie te verkondigen. Hij verlangt ernaar om bij Jezus te zijn, met Hem te zitten op Zijn troon (Openb. 4:21) in het nieuwe Jeruzalem en te wandelen op de gouden straten. Die zekerheid geeft hem kracht. Momenteel bezoekt hij wekelijks (voor zover de financiŽn het toelaten) de plaatsen Stadskanaal, Veendam en Meppel om daar met broeders en zusters te bidden, bijbelstudie te doen of te preken. In zijn nieuwe standplaats Geeuwenbrug geeft hij bijbelstudie en preekt hij; ze zijn zendelingen in Nederland. Wat kun je anders als gemeente dan zulke broeders en zusters ondersteunen?

(Weergave, maart 2003, Dick Bos)