Arabische ontmoetingen in Dalfsen

De derde Arabische conferentie in Nederland, 330 mensen, inclusief kinderen. Op De Bron te Dalfsen is de voertaal tussen 18 en 23 juli Arabisch. Als Nederlander waan je jezelf in het buitenland. De muziek, de mensen, de kleuren. Een conferentie van Arabieren vóór Arabieren. Christenen worden bemoedigd, naamchristenen veranderen in oprechte christenen en moslims horen de blijde boodschap in hun eigen taal. Tientallen besluiten om de Heere te volgen. “Kiest dan heden wie u dienen zult.”
De conferentie bestaat uit lezingen, bijbelstudies, zang, gebed en maaltijden. Voor de jongeren en de kinderen zijn er aparte programma's. Er wordt over de basis van het christelijk geloof ge-sproken. Maar ook over levensheiliging, de omgang tussen man en vrouw, seksualiteit, het liefhebben van je naaste en het bereiken van anderen met het goede nieuws van Jezus Christus. Als ik Ayad (55) vraag wat hij van de conferentie vindt, begint hij helemaal te stralen: “Dit is zo geweldig! Omdat het hier om maar ťťn zaak gaat. Jezus!” Ayad gaat naar een gemeente in Winterswijk en komt uit Bagdad. Ruim zes jaar wacht hij al op het beslissende antwoord in zijn procedure, maar er is nog niets bekend. Voor deze broeder is de conferentie een oase van waaruit hij de toekomst weer hoopt in te gaan.

Chat-box

De conferentie wordt op video opgenomen. Velen kopen ze om het later nog eens te beluisteren of om het aan vrienden uit te delen. Achterin de zaal staat een computer opgesteld van waar-achter de Arabische wereld, voornamelijk het Midden-Oosten, bediend wordt. Via het programma Paltalk kunnen mensen de conferentie live volgen en via chatboxen is het mogelijk om met ze in gesprek te gaan. Sommigen vragen om gebed. Er zijn reacties van mensen uit Jemen, Saudi-ArabiŽ, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte. Ook Irakezen en SyriŽrs luisteren mee. AustraliŽ, IsraŽl, Canada. Arabisch-sprekenden zijn overal te vinden.
Achter de ontvangstbalie zit een Syrische man. Hij stelt zich voor als Elias. Elias is al zeven jaar in Nederland, is getrouwd en vader van twee dochters. Maar onzeker over de vraag of hij hier mag blijven. Elias was in SyriŽ een naamchristen. Hij ging wekelijks naar de orthodoxe kerk en was een welvarend man. “Ik liep vaak naar voren zodat de mensen konden zien dat ik weer in de kerk was. Toch was ik tegen God. Ik wilde Hem begrijpen. Ik heb de Bijbel een paar keer helemaal doorgelezen. Maar ik begreep God niet. Ik kwam tot de conclusie dat de Bijbel een prima boek is, maar alleen voor Jezus Zelf. Hij is de enige die zo kan leven zoals de Bijbel het vraagt. Dat lukt ons mensen nooit. Dus was de Bijbel niet voor mij.”
Na zijn aankomst in Nederland ging hij in Leiden en Kampen naar de kerk. Jaren lang. Maar nooit ontving hij de blijdschap waar hij naar verlangde en die hij in de levens van 'echte christenen' zag. “Het is niet leuk om te zeggen, maar in de kerk zag ik veel mensen die volgens mij net zo waren als ikzelf: je komt naar de kerk, je leest de Bijbel, je bidt en je gaat weer naar huis. Maar er gebeurt niets met je. Ik voelde vaak een barriŤre tussen mij en de Nederlandse christenen. Als ik in de kerk was, lieten ze me merken dat ik anders was en dat vond ik niet fijn.”

Onkruid

Toch hebben de contacten van christenen en hun bezoeken op het AZC Elias wel veel gedaan. Er is onkruid gewied, de aarde is klaar gemaakt. En jaren later, na zijn verhuizing naar Enschede, is het gezaaide Woord van God opgekomen. Christenen uit zijn vorige woonplaatsen moesten hem laten gaan. Zonder zichtbare verandering. Maar God werkte door. “Ik las over een conferentie en ik dacht: daar ga ik heen. Ik ga met ze discussiŽren. Wat zij gaan zeggen
over Jezus en over God is gewoon niet waar. Een relatie met Hem en blijdschap in Hem zijn niet mogelijk.” Echter, de conferentie veranderde zijn leven voorgoed. De lezingen spraken hem aan
en God raakte zijn hart. Elias is nu een organisator en coördinator binnen het Koninkrijk van God. Hij is druk, heel druk. “Maar dat geeft niet, ik doe het graag. Het is voor mijn Koning!”

(Weergave, september 2004, Jurjen ten Brinke)