Dubbele zegen

Ali

Samen met zijn vrouw en kinderen is Ali uit Iran naar Nederland gevlucht. De trauma's uit het verleden en een on-zekere toekomst maken Ali in het asielzoekerscentrum steeds hopelozer. Drugs lijken op dat moment een uitweg te bieden uit de misŤre. Steeds meer heeft hij nodig om zijn problemen te vergeten. Hij komt geld te kort voor de heroÔne en cocaÔne. De weinige huisraad dat ze hebben verkoopt Ali om drugs te kunnen kopen. Zijn kamer veranderd in een smerige ruimte. Ali's vrouw en kinderen zien het niet meer zitten om zo met hun vader in een huis te leven. Ali gaat de straat op. Het zwerf- en drugsbestaan maakt van hem een wrak. Veel slechter kan zijn leven niet meer worden. Ali probeert een eind te maken aan zijn leven.

Een omkeer vindt plaats als Ali op een dag een bus ziet met de tekst ‘Goed nieuws’. Zou hij hier geld kunnen krijgen om aan drugs te komen? In de bus vindt Ali geen geld. Wel is er een man die Farsi spreekt, de taal van Ali. Hij leest hem het verhaal voor van de verloren zoon en het verloren schaap en bidt met hem. Dit raakt Ali diep. Hij krijgt een plekje bij iemand thuis. Daar probeert Ali vrij te komen van de drugs.

Moeilijke weken maakt hij mee. Toch merkt hij dat God bij hem is. Iedere keer als hij het ver-langen naar drugs voelt, bidt hij “Hemelse Vader, help mij”. Hij komt in contact met Iraanse christenen die hem mee-nemen naar een Iraanse kerk. Langzaam komt Ali uit het dal: “Jezus
is mijn grote medicijnmeester.” Het is moeilijk voor Ali om weer terug te gaan naar het AZC. Hij is bang om terug te vallen in de verslaving als hij zijn ‘vrienden’ weer ontmoet. Vaak voelt hij zich aangevallen door zorgen en depressies. Hij mist zijn vrouw en kinderen die hem niet meer willen zien. Terug op het AZC ontmoet hij Nederlandse christenen. Een daarvan is Lydia.

Lydia

“Ik kwam nog niet zo vaak in het AZC toen ik Ali tegenkwam. Ik vond het best eng om contact aan te gaan met asielzoe-kers. Maar met Ali ging het gelijk goed. Ik merkte dat hij veel nadacht. Vaak liet hij dat merken door kleine dingen, zoals dat hij wilde leven bij de dag. Ik nam hem mee naar mijn kerk. Samen met een woordenboek en een Farsi Bijbel kwamen we een heel eind”.

Ali leest veel in de Psalmen, daarin herkent hij veel van zijn eigen leven. “Voor mij is het heel bijzonder om contact te hebben met Ali. Het is zo mooi om God in zijn leven te zien werken. Satan probeert hem iedere keer een hak te zetten, maar God trekt Ali uit het donker”. Door het contact met Ali heeft Lydia veel geleerd. “Ik was niet gewend om persoonlijk te bidden. Ik ge-bruikte vaak moeilijke woorden. Door Ali leerde ik eenvoudig en persoonlijk te bidden”. Aan de andere kant zag Lydia ook dat God door moeilijke woorden heen werkt. “Bij ons in de kerk wordt er best moeilijk gepreekt. Toch zag ik dat Ali veel leerde van de preken. In andere gemeentes had hij wettische preken gehoord, hier zag hij dat de verzoening in het middelpunt staat. Voor hem maakt het niet zoveel uit dat we oude Psalmen zingen, hij ziet de diepe inhoud ervan”. Door het contact met Ali groeide Lydia in haar eigen geloof. “Ik leer heel dicht bij de Heere Jezus te blijven. Hij trekt mij steeds naar Zich toe. Door het contact met Ali wordt ook ik gezegend”. Ook voor Lydia's gezin is Ali tot zegen. Ze zien hoe God in hem leeft. “Pas had een van onze kinderen niet zo veel zin om naar de kerk te gaan. Ali was bij ons en zei: Vanmorgen heb jij je tanden gepoetst, als je dat niet zou doen gaan ze kapot. Zo is het ook met de kerk, als je daar komt verzorgt God je hart, dat heb je nodig”.

(De namen Ali en Lydia zijn gefingeerd)