Farhiya’s weg tot God

Ze legde de Bijbel en Koran naast elkaar en vroeg: “Wat is waar?” In Johannes vond Farhiya het antwoord: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij”. Farhiya (22) woont nu in Doetinchem, acht jaar geleden leefde ze nog als moslimmeisje in SomaliŽ. Gevlucht uit een land waar een burgeroorlog veel slachtoffers eiste. Haar vader werd ver-moord, omdat hij van de verkeerde stam was. Als 13-jarig meisje kwam Farhiya alleen aan in Nederland, haar broers en zussen volgden later.

Anderhalf jaar woonde Farhiya als ama (alleenstaande minderjarige asielzoeker) in het Nun-speetse Valentijn. Toen ze achttien werd, moest ze zelfstandig gaan wonen. “Er was een kamer voor mij bij een christelijke familie in Doetinchem. Ik had er geen zin in, maar ben toch wezen kijken. De kamer zag er goed uit en het was een leuk gezin, ik heb besloten er toch te gaan wo-nen”. Farhiya had goed contact met de Doetinchemse familie. Iedere week mocht ze oppassen op de kinderen. Ze at dan mee met de familie. “Daar hoorde ik voor het eerst uit de Bijbel lezen. Ik wilde er uit fatsoen best bij zitten, maar ging aan allerlei andere dingen denken. Ik had geleerd dat de Bijbel een boek van de duivel was. Toch verbaasde ik me over de verhalen uit het Oude Tes-tament die ik ook uit de Koran kende. Ik liep met veel vragen rond. Wie is Jezus? Waarom komt Hij terug? Waarom zegt de Koran dat Jezus alleen een goede profeet was en de Bijbel dat Hij de Zoon van God is? Ik kwam er niet uit en ging naar de imam. Hij vond het beter dat ik me niet meer verdiepte in de Bijbel. Jezus was een goede profeet, maar is nooit aan het kruis gestorven, dat was iemand anders. Ik voelde dat het niet klopte wat de iman zei, maar wist niet wat dan wel waar was. Ik wilde beide boeken dicht laten en gewoon verder leven, maar dat lukt ook niet. Ik zei tegen God: “Als U er bent, wijs mij dan de weg”. Ik opende de Bijbel en las: “Ik ben de Weg, de Waar-heid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh. 14:6)”. God antwoordde regel-recht uit de hemel, dat had ik bij de Koran nooit gemerkt. Ik deed de Koran dicht en ging verder met de Bijbel.”.

Bij de familie waar ze in huis woonde, kon Farhiya met haar vragen terecht. Ze volgde ook een bijbelcursus. “Ik heb in die tijd veel geleerd. Vooral dat ik contact met God kon hebben, dat had ik in de islam nooit. Ik bad veel, maar wist nooit of mijn gebed verhoord werd. Als moslim moest ik punten verdienen om in de hemel te komen, maar bij God mag ik komen zoals ik ben; ik heb zekerheid gekregen dat mijn zonden vergeven zijn”.

Toen Farhiya voor het eerst naar de kerk ging, was ze bang dat andere Somalische vrienden erachter zouden komen. “Mijn zus logeerde bij mij, ik bedacht een smoesje toen ik naar de kerk was geweest. Toen ik het later vertelde, pakte ze haar spullen en ging weg. “Je bent dood voor me, ik wil niets meer met je te maken hebben”, was haar reactie. Gelukkig is het later goed ge-komen, maar nog steeds merk ik een afstand naar mijn familie. Ik heb veel verloren toen ik chris-ten werd, maar gelukkig ook heel veel terug gekregen: onder andere de familie waar ik woon en een fijne, warme gemeente”.

(Weergave, Juni 2000, Rien Bregman)