Geen status, toch vrede

Twee jaar geleden slikte Azam 15 tot 20 paracetamols per dag om de ellende van haar vlucht naar Nederland te vergeten. Ze huilde dagelijks en had een hekel aan mensen. Nu is ze vier jaar in Nederland, nog steeds in een asielzoekerscentrum (AZC), zonder ver-blijfsstatus, en toch straalt ze als nooit tevoren. Degenen die haar kennen verbazen zich erover: ”Hoe kun je zo rustig zijn en niet aan je status denken?” Het getuigenis van deze Iraanse is even krachtig als eenvoudig: ”In de 39 jaren van mijn leven is er nooit zoiets moois gebeurd als de ontmoeting met de Heere Jezus.”

Nederlandse vriendin

Het was ongetwijfeld Gods leiding dat een vriend van Azams zoon op een gegeven moment zei ”Je moet Rob van der Feen eens ontmoeten.”De medewerker van Gave kwam op bezoek en kon haar kort daarna koppelen aan iemand van een Nederlandse kerk. Azam was voordien wel eens in een Nederlandse kerk geweest maar door de ongastvrije houding van de gemeenteleden na een keer niet meer gegaan. De Nederlandse werd een goede vriendin van Azam. ”Ze kwam iedere vrijdag-avond trouw. En ze nodigde ons ook uit bij haar. We gingen met elkaar leuke dingen doen en lazen samen in de Bijbel”, vertelt Azam. Dat Woord, evenals het zoeken van God in gebed, ver-anderde haar radicaal. Ze stopte in ťťn keer met het slikken van pillen. Haar depressie en haat jegens mensen veranderden in een van vrede en liefde. Haar zoon knikt als ze dit vertelt. In die tijd werd het gezin echter met uitzetting bedreigd. Er was een afspraak gemaakt met de Iraanse ambassade ter voorbereiding op terugzending. Haar Nederlandse vriendin en de gemeente kwa-men in actie: men begon intensief te bidden. Op de dag van de afspraak was tot grote verbazing van de politie de ambassade gesloten. Zonder opgaaf van reden. Azam kon onverrichter zaken terug naar het AZC. De uitzetting was van de baan.

Dubbele verjaardag

Helemaal zonder gevaar was haar zoektocht niet. Op een keer kwam een Iraanse man met dreigementen naar haar woonplek. ”Ik moest terugkeren naar de islam anders zou ik vermoord worden. Evenals mijn kinderen. Volgens de politie die ik ingelicht had, moest hij van buiten het AZC komen. Ik begrijp nog steeds niet hoe hij erachter was gekomen waar ik woonde en hoe hij al onze namen wist.”Het belette haar niet om begin dit jaar met haar twee kinderen gedoopt te wor-den. ”Op de dag van mijn verjaardag. Ik had toen twee geboortes op ťťn dag te vieren”, vertelt Azams zoon met een brede glimlach.

(Weergave, December 1999, Rien van der Toorn)