"Leef met Mij"

De drie dromen van Ali

“Ik ben zonder religie naar Nederland gekomen. Nou ja, zonder religie. Ik was moslim omdat mijn vader dat ook was, maar in mijn hart geloofde ik niets.”
Dit vertelde Ali, een 19-jarige Afghaanse jongen. Ik ontmoette hem op de Afghaanse conferentie, die de eerste week van januari werd gehouden in Lunteren. Bijzonder om een groep van zestig Afghanen bij elkaar te zien, die interesse hebben in het christelijke geloof.
Een van de deelneemsters vertelde: “Dit is voor het eerst in mijn leven dat ik Afghanen bij elkaar zie, zonder dat ze een kwaad woord zeggen. Er is liefde en acceptatie hier.” De sfeer was bijzonder goed. Iedereen was geÔnteresseerd in elkaar en bij het jongerenprogramma hoorde sommige jongeren voor het eerst over het christelijke geloof. Een van de meiden vertelde: “Dit was voor mij het begin. Ik heb veel geleerd over Jezus, de Bijbel en over vriendschappen. Nu ga ik verder nadenken over geloven. Ik wil graag een Bijbel en met andere praten over geloven.” Het is wonder van God om te zien dat Afghanen en Nederlanders samen komen rondom de Bijbel en het verlangen uitspreken Christus te willen volgen.

Conferentie

Terug naar Ali. Ik vroeg hem wat hij nu deed op deze christelijke conferentie. Ali vertelde over drie dromen die hij had gehad, die mij diep raakten. In zijn eerste droom zag hij een berg, een man en zichzelf. De man kwam naar hem toe en zei: “Ik kan je naar het licht brengen.” Ali wilde graag naar het licht gebracht worden, maar wist de weg niet, vertelde hij de man in zijn droom.
Na zes maanden verhuisde Ali naar Middelburg. Hij ontmoette daar een man, die hem een Bijbel gaf. Toen Ali in het Nieuwe Testament begon te lezen over Jezus, droomde hij voor de tweede keer. Opnieuw was de droom hetzelfde: een man, een berg en Ali. Nu zei de man tegen Ali: “Je hebt de weg gevonden, dit is de weg.” Ali wist nu dat Jezus de weg moest zijn, naar het licht. Terwijl hij verder las, veranderde zijn hart. Ali vertelde dat hij elke dag loog. Hij loog over waar hij vandaan kwam, hoe oud hij was, waar zijn familie was. Nu schaamde hij zich diep voor al deze leugens.
Waar deze schaamte vandaag kwam, wist hij niet precies, alleen wist hij dat de leugens fout waren en hij daarmee moest stoppen. Een aantal maanden later droomde Ali voor de derde keer. Opnieuw die berg, de man en hijzelf. De man zei nu tegen Ali: “Ik ben in je hart. Leef met mij.” Ali zei tegen de man: “Dit is te zwaar voor mij. Ik kan niet Uw weg gaan”. Alleen al als hij dacht hoe hij omging met meisjes, besefte Ali dat hij dat nooit zelf zou kunnen veranderen. Ik kan die weg niet gaan. Maar de man zei: “Probeer het. Ik ben bij je.” Na deze droom wist Ali dat hij niet anders kon dan de weg van Jezus gaan.
Op dit moment is Ali illegaal in Nederland, zijn problemen zijn groot. Hij weet niet hoe het verder moet, wel weet hij dat hij moet bidden en relaxen. Jezus is in Ali en daarom heeft hij hoop voor de toekomst, waar en wat die ook zal zijn.

(Irna Ligtenberg)
Ali heeft in werkelijkheid een andere naam.

(Weergave, februari 2007)