God kan heel mijn volk veranderen

“Volhard in het geven van liefde aan SomaliŽrs. Raak niet gefrustreerd als je geen openheid merkt, heb geduld en vertrouw op God dat Hij op Zijn tijd harten opent.” Een bemoedigend advies van Hussein Abdullah. Hussein (23 jaar) spreekt uit ervaring. Door zijn Somalische ouders is hij in Saoedi-ArabiŽ als moslim opgevoed. Maar in Nederland kwam hij in contact met het Evangelie. Hussein: “Hier heeft God de muren van mijn hart gebroken en ben ik in Jezus gaan geloven. En als God mij kan veranderen, kan Hij heel mijn volk ook veranderen.”

Samen met zijn moeder, broertje en zusje vluchtte Hussein acht jaar geleden naar Nederland. Zonder vader, want die woont in de Verenigde Staten. Op het asielzoekerscentrum in Dronten raakte Hussein al snel berucht. “Ik was stoer, zat achter vrouwen aan en maakte vaak ruzie. Ik had geen doel in mijn leven.” Hussein deed mee aan de sportactiviteiten die georganiseerd
werden door christenen uit Kampen. Daarna kreeg hij goed contact met een van hen. “In begin dacht ik: hoe kom ik van Jurjen af, maar ik merkte dat hij echt liefde voor me had. Ik begreep daar niks van. Hij gaf echt om me. Ik zag daardoor wat ik miste in mijn leven: geduld, liefde en warmte. Ik werd jaloers op hem en ging me verdiepen in het christelijk geloof. Maar ik had net als veel andere SomaliŽrs het standpunt dat ik moslim ben en dat ook zou blijven, wat er ook gebeurt”.

Jongerenkamp

Hussein ging mee met een jongerenkamp van Gave. De film “Kruis in de asfaltjungle” raakte hem diep: “Ik zag de liefde van  Christus en wist dat het christelijk geloof waar was en mijn geloof niet. Ik kwam erachter dat Degene die in Jurjen leefde, ook om mij gaf”. Die nacht sliep Hussein niet. “Ik werd bijna gek van al het denken. Ik wilde niet loslaten waarin ik was opgegroeid. Ik had een muur om mijn hart.” De volgende dag brak Gods Geest de muur
echter af en heeft Hussein zijn leven aan Jezus overgegeven. “Ik wilde me niet meer laten leiden door mijn religie en traditie, maar echt in de Waarheid leven. Ik ontving een onvoorstelbaar diepe rust van binnen. Het was Jezus’ liefde die me trok.”

Alleen Jezus kan ons echt ťťn maken

Van veel kampjongeren kreeg hij positieve reacties, maar niet iedereen was blij. Sommige
moslims lieten merken Husseins keuze maar niks te vinden. Thuis durfde Hussein niet te vertellen wat er gebeurd was tijdens de kampweek. Maar zijn moeder kwam er toch achter. Samen met andere Somalische families besloot ze dat Hussein niet meer bij zijn familie mocht wonen. “Niemand mocht me aanraken en ik moest gelijk mijn spullen pakken en weggaan. Gelukkig kon ik via Jurjen onderdak vinden. Dit deed natuurlijk heel veel pijn, ik kreeg zelfs doodsbedreigingen.”

Lacherig

Hussein merkt weinig openheid voor het Evangelie onder zijn landgenoten. “Veel SomaliŽrs zijn tevreden met hoe ze leven. Vanaf hun dertigste worden ze vaak pas serieus moslim. Maar ze denken niet na over het christelijk geloof. Als ik ze erover vertel, doen ze lacherig of draaien erom heen. Ze hebben geen echt antwoord. Blindheid of angst houdt hun tegen om stappen te zetten. Het is ook heftig om christen te worden. Je raakt heel veel kwijt. Maar wat is belangrijker: dichtbij God leven en genieten van Zijn aanwezigheid, of niet nadenken en doen wat je omgeving ook doet en zonder God verder te leven? Ik verlang ernaar dat mijn volk eenheid
vindt in Jezus Christus. Nu is de tegenstelling tussen de verschillende dorpen en clans erg groot. Als je net een iets lichtere kleur hebt dan de ander, hoor je er niet bij. Alleen Jezus kan ons echt ťťn maken. Hier bid ik voor en ik geloof dat God de ogen van de SomaliŽrs gaat openen.”

(Weergave, juni 2008, Rien Bregman)