Hiwa vindt ondanks problemen toch rust

Op het asielzoekerscentrum in Hendrik Ido Ambacht kwamen ze elkaar weer tegen. Faraidoun en Hiwa. Ze herkenden elkaar van de straat in Arbil (Noord Irak). Faraidoun (nu werkzaam bij Gave, als evangelist onder de Koerden) had daar een kraampje waar hij snoep en sigaretten verkocht. Hiwa liep daar regelmatig voorbij. Nu werken ze samen onder hun eigen volk, de Koerden in Nederland met als doel: hun landgenoten het Evangelie vertellen.

Hiwa is 38 jaar en woont 8 jaar in Nederland. In Irak kwam hij via een collega in aanraking met het christelijke geloof. Deze collega gaf hem de Indjil (de vier evangeliŽn uit het Nieuwe Testament). Hiwa bezocht bijbelstudies en las de Bijbel, hierdoor kreeg hij problemen met zijn vriendin en familie. Nadat de leider was gearresteerd viel de bijbelstudiegroep echter uit elkaar. Mensen gingen over Hiwa roddelen, waardoor hij buiten de gemeenschap kwam te staan. Hij werd door zijn omgeving met de nek aangekeken. Door al deze dingen liet Hiwa het geloof rusten en stortte hij zich op zijn werk: les geven in het basisonderwijs. Vanwege de oorlog vluchtte hij in 1999 naar Nederland. Eerst zat hij in Ootmarsum in een asielzoekerscentrum en later in Hendrik Ido Ambacht. In Ambacht kreeg hij een flyer in handen voor een internationale kerkdienst. Hij ging in op deze uitnodiging en via mensen uit die kerk, kwam hij in contact met Faraidoun. God had hun wegen weer samen gebracht.

Pistool

Hiwa vertelt aan Faraidoun over zijn verleden in Arbil. Hoe moeilijk het voor hem was om daar christen te zijn. Hiwa vertelt: “Ik geloofde wel in God, maar was zonder Jezus”. Hiwa heeft veel in de Koran gelezen, maar daar vond hij geen liefde. Bij het lezen van de Koran had hij het gevoel dat hij werd gedwongen, om de Koran te geloven. “Net alsof er iemand een pistool tegen mijn hoofd hield”, aldus Hiwa. Toen hij de Bijbel ging lezen, voelde hij totaal niet dat hij gedwongen werd. Het voelde juist veel liefde en vrede, niet alleen bij het Bijbel lezen, maar ook als hij bij christenen was. Na hun eerste bezoek, gaat Faraidoun nog regelmatig naar Hiwa en lezen ze samen de Bijbel. In 2005 laat Hiwa zich dopen. “Ik volg nu Jezus in mijn leven”, vertelt Hiwa. Het leven is niet makkelijk voor hem. Hij heeft vaak te horen gekregen dat hij geen status zou krijgen, waardoor hij erg in de put raakte. Hij riep vaak naar God uit: ”Waarom, waarom?” In het begin van januari dit jaar veranderde er iets bij Hiwa. Hij vond rust, ondanks dat zijn situatie niet veranderd was. Hij vertelde aan een goede vriend; “Jezus is achter mij, het is goed, wat er ook gebeurt, ook al moet ik terug naar Irak”. Een paar weken daarna kreeg hij te horen dat hij toch in Nederland mocht blijven. Voor Hiwa een heel duidelijk teken van Gods werk in een voor hem vastgelopen situatie.
Hiwa heeft ondertussen een belangrijke plaats ingenomen in het werk onder de Koerden in Nederland. Hij dient God en zijn volk door te koken en te zingen tijdens Koerdische activiteiten.

Om onnodige risico’s te voorkomen, is een gefingeerde naam gebruikt.

(Weergave, maart 2008, Irna Ligtenberg)