“Ik ben dankbaar”

Hanna (59) uit SyriŽ | 1 jaar in Nederland

“Kijk, dit is de kamer voor mijn zoon.” Het huis van Hanna ziet er piekfijn uit. Nog geen jaar geleden vluchtte hij uit SyriŽ. Nu heeft hij een verblijfsstatus en woont in een flat in Zutphen. Hij hoopt dat zijn vrouw en zoon straks bij hem kunnen wonen. “Ik ben blij en opgelucht dat in Nederland ben. Het is moeilijk om alles achter te laten, maar ik voel me hier welkom.”

Hanna’s leven is drastisch veranderd. Ongewild, want door de heftige strijd in SyriŽ moest hij vluchten. “Ik kom uit Alleppo. Daar had ik een goed leven. Ik had filosofie gestudeerd en was manager van een restaurant. Ik woonde in het huis waar ik ook geboren ben.” Hanna laat op zijn telefoon een foto zien: een prachtig groot huis. “Het was eerst van mijn vader. Ik heb het van hem overgenomen en mijn vrouw en ik hebben we er echt iets van onszelf van gemaakt.”

Vlucht
Alles liet hij achter toen hij vorig jaar in Nederland kwam. “De vlucht bracht grote risico’s met zich mee. Ik ben van SyriŽ naar Turkije gelopen. Ik ben christen, maar heb mijn baard laten groeien om eruit te zien als een moslim. Dat leek me veiliger. In Turkije heb ik gewacht tot iemand mij kon helpen om met een boot naar Griekenland te komen. Daar zou een andere smokkelaar op mij wachten, maar hij is zijn afspraak niet nagekomen. Ik stond daar helemaal alleen in een vreemd land. Gelukkig sprak ik een beetje Frans, dat is mijn redding geweest.” 

Uiteindelijk komt Hanna met de trein in Nederland terecht. “Toen ik in Amsterdam kwam en al het water zag, voelde ik me veilig. Waar water is, is leven.” Op het station gaf hij zichzelf aan. “De politieagente die ik aansprak, heeft me goed geholpen. Ze bracht me naar de bus en wees me de weg naar Ter Apel. Mensen waren aardig, dat voelde ik. Ze behandelden met respect, zonder dat ze mijn geloof of achtergrond wisten. Ik voelde me welkom.”

Gemis
Hanna heeft zichtbaar aandacht besteed aan zijn flat. Alles is voorbereid op de komst van zijn vrouw en jongste zoon (22 jaar). Elke ochtend zit Hanna met een kop koffie in de stoel bij het raam: “Dat is het moment waarop ik met hen bel of WhatsApp. Ze zijn nu in Turkije, daar is het ook onrustig. Ik ben bezig met gezinshereniging en hoop dat we straks weer bij elkaar zijn. Hier is rust en vrede!” 

Hanna droomt van een nieuwe toekomst. “Ik woon nu drie maanden in dit huis. Ik begin binnenkort met taalles. Hopelijk beheers ik de taal snel. Misschien lukt het me om mijn huis in Aleppo te kunnen verkopen en dan hier een restaurant of cafť te starten, samen met mijn zoon.”

“Het is moeilijk om van ze gescheiden te zijn,” vertelt Hanna met tranen in zijn ogen, “Maar we moeten volhouden en op God vertrouwen. We weten niet wat er nog komen gaat, maar dat is het leven. Alles wat ik hier zie, doet aan mijn familie denken. Als ik een oude vrouw zie lopen, denk ik aan mijn moeder die nog steeds in SyriŽ woont. Als ik eten maak, denk ik: mijn zoon vindt dit ook zo lekker.”

Welkom
“Gelukkig begrijpen veel Nederlanders waar ik vandaan kom. Ze weten veel over wat er in SyriŽ gebeurt. Ze begrijpen dat ik alles heb moeten achterlaten: vrienden, familie, werk. Dat vind ik fijn. Ik heb veel hulp gekregen, vooral van andere christenen. Ook toen ik nog in de noodopvang zat. Ik ging naar bijbelstudies en werd uitgenodigd om bij mensen te komen eten. Door de aandacht en liefde voelde ik me thuis.” 

Contact met Nederlanders is heel belangrijk voor Hanna: “Dat maakt het makkelijker om de tijd door te komen. Toen ik hier net kwam wonen had ik bijvoorbeeld geen internet. Van de buren kreeg ik toen hun wifi-wachtwoord. Iedereen is goed voor mij, dan word je vanzelf verliefd op de Nederlandse bevolking. Mensen maken een praatje en helpen me. Dat hoeven ze niet te doen. Het is meer dan ik verdien. Daardoor heb ik het gevoel dat ik er niet alleen voor sta. Ik ben hier gekomen met alleen de kleding die ik aanhad en kijk nu eens rond in mijn huis… Ik ben God en Nederland heel dankbaar!”

Tekst: Aafke Lamberink
Foto’s: Alida Stuut

Uit: Weergave, september 2016