'Ik heb mijn buren nodig'

Een moeder met haar dochters in de speeltuin: een typisch Nederlands plaatje? Ja, met het verschil dat Dunya nog maar een aantal jaar in Nederland woont. Voor haar is spelen met haar kinderen in een wijk van Dordrecht niet zo gewoon.

Een nieuw (t)huis
“Ik ben nu zo gelukkig,” vertelt de alleenstaande moeder Dunya Hussein (36), “Het is veilig in Nederland, ik heb mijn kinderen bij me en leer steeds meer van mijn nieuwe cultuur.” In 2008 vluchtte ze uit het onveilige SomaliŽ. Mager, doodziek en helemaal alleen kwam ze in Nederland. Haar kinderen moest ze achter laten. Ze had tuberculose en kreeg daarbovenop ook nog eens kanker. Wonder boven wonder genas ze. “In 2010 kreeg ik een verblijfsvergunning, zes dagen later werd mijn jongste dochter geboren.”

Dunya’s oudste kinderen werden door VluchtelingenWerk naar Nederland gehaald. Pas in november 2013 kon ze hen in haar armen sluiten. Ze woont nu met haar zeven kinderen in een heel gewoon rijtjeshuis in Dordrecht. “Ik mis SomaliŽ niet. Vroeger wel, toen mijn kinderen daar nog zaten. Nu ben ik bezig met mijn toekomst.” 

Naar buiten
“In het begin vond ik het heel moeilijk toen ik in Dordrecht kwam wonen. Ik was verlegen en bang. In de bus probeerde ik mezelf zo klein mogelijk te maken. Ik was heel ziek, maar durfde niet naar het ziekenhuis,” vertelt Dunya. Ze kwam in die eerste tijd in Dordrecht via een andere vluchteling in contact met Evelien. “Evelien zei tegen mij: je bent niet alleen, we gaan samen vechten voor je gezondheid. Samen zijn we toen naar het ziekenhuis gegaan.” Het is volgens Dunya een groot verschil of je binnen zit of naar buiten gaat. “Het is belangrijk om Nederlandse mensen te kennen, anders blijf je in je hoofd vast zitten in het land waar je vandaan komt. Je moet niet achterom kijken, maar Nederland echt binnen gaan. Anders houdt je het niet vol.”

Hallo
Dunya heeft contact met een aantal Nederlanders. “Sommige mensen doen gemeen, maar daar maak ik me geen zorgen over. Anderen zijn wťl heel aardig.” Ze legt uit dat ze de mensen in haar wijk nodig heeft voor advies: “Alles is anders in mijn nieuwe land, niet alleen
de taal. Eten doe je niet om twee uur, maar om vijf uur en in de bus betaalt iedereen voor zichzelf. In SomaliŽ zijn vader en moeder de baas. Hier gaat het opvoeden van je kinderen heel anders.” “Op de ouderavonden zijn ze heel tevreden over mijn kinderen. Ze doen
het heel goed op school,” zegt Dunya trots. “Als mijn kinderen jarig zijn organiseer ik een kinderfeestje. Op school zitten niet veel Afrikaanse kinderen, dus ze hebben Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes.” Dunya is blij dat haar kinderen goed onderwijs krijgen. “Later kunnen ze dan dokter worden, ik ben vaak ziek,” grapt ze.

Het contact met haar buren is heel gewoon begonnen met elkaar groeten. ‘Hallo’ zeggen was voor Dunya best wel een stap omdat ze zich onzeker en anders voelde, maar ze is blij dat ze die stap genomen heeft: “Ik leen een keer een hamer, en andersom vragen buren aan mij of de kinderen kunnen komen spelen. In Nederland moet je daar speciaal een afspraak voor maken,” lacht ze. Dunya hoopt straks vloeiend de taal te spreken, ze
leert veel van haar kinderen. “Ik stop al mijn energie in Nederland. Dit is mijn nieuwe thuis.” 

Tekst: Aafke Lamberink 

Uit: Weergave, september 2015