Gods zegen tijdens jongerenkampen

De multiculturele jongerenkampen van Gave zitten er weer op. En het was wťťr goed. Wat een machtige God en Vader hebben we Die deze kampen opnieuw met Zijn liefde zegent. Veel jongeren komen met een verdrietige trek op hun gezicht naar het kamp, maar je ziet ze veranderen. En vrijdags wil eigenlijk niemand naar huis, of ze nu christen of moslim zijn. “Hier is liefde, hier is God. Ik wil blijven.” Stille meisjes en stoere jongens klemmen zich vaak in tranen tegen je aan. Samen danken we God en bidden om Zijn troost in de levens van jonge mensen, juist ook nu ze terug gaan naar hun kamers op het AZC.”
Er zijn jongeren tot geloof gekomen. Anderen kregen een droom, of zijn bevrijd van duivelse machten en stemmen in hun hoofd. Gebed heeft ook dit jaar een belangrijke rol gespeeld. De bijbelstudies leidden ons vanaf de zondeval, via de verloren zoon, naar het kruis van Jezus Christus. En tenslotte dachten we na over de vraag wat het leven als christen inhoudt. Er is veel gelachen, veel gehuild. Cultuurspelen, muziek, sport, maaltijden: het was allemaal even gezellig. Natuurlijk gebeurden er ook een paar minder leuke dingen, maar die konden snel vergeven en vergeten worden. God is goed, looft Hem!

Afgebroken muren

We zien de visie van stichting Gave opnieuw bevestigd worden in Ali en Hussein. Ze zijn afkomstig uit, voor het Evangelie, gesloten landen. Hussein komt uit SomaliŽ, maar is in Saudi-ArabiŽ geboren en hij heeft daar een groot deel van zijn leven gewoond. Als 18-jarige discjockey deed hij het goed op het AZC. Razend populair in een leven dat als ‘lang-leve-de-vrijheid’ getypeerd kan worden. We werden vrienden, hoewel hij moslim was. Goede vrienden. En vorig jaar kwam de doorbraak op het jongerenkamp. Na de film op woensdag-avond kwam Hussein naar me toe: “Het gaat niet. Er komt werkelijk geen enkele pijl van Gods liefde in m'n hart. Ik bouw een muur om mijn hart. Ik blijf moslim!” De film had hem geraakt, maar hij timmerde zijn eigen ziel dicht. Maar… niet voor lang. Want donderdagsnachts riep hij me mee naar een stille plaats buiten het kampoord. “Vandaag heb ik het gezien. Ik heb Jezus nodig!” Hij viel om mijn hals en beleed zijn zonden. Gods Geest had de muren rond zijn hart afgebroken; net zoals de muren van Jericho waren ingestort.
Het werd een moeilijk jaar. Christen zijn betekende voor hem ťcht je vader en moeder verlaten (MattheŁs 10). Je oude leven vaarwel zeggen. Een nieuwe familie om je heen bouwen. En strijden tegen je eigen vlees, de wereld en de satan. Hussein vecht. Samen met zijn Nederlandse christenvrienden. En hij groeit naar God toe. Op het jongerenkamp dit
jaar getuigde hij van Gods trouw en Jezus’ werk in zijn leven het afgelopen jaar. En voor de toekomst hopen we middels hem Somali’s in Nederland met het blijde nieuws van Jezus Christus te bereiken.

Vluchtverhaal

Zo'n getuigenis werd er ook door Ali gegeven. Ook hij werd vorig jaar door God aangeraakt op het kamp. Deze 21-jarige jongen uit Jemen had veel vragen over het christelijk geloof. Maar zijn contacten met christelijke vrienden, het jongerenkamp en een Arabische conferentie leverden de doorbraak op: Ali kon niet meer zonder Christus' verzoenende bloed. Hij getuigt van een heerlijk leven met God. Hij besloot om zijn echte vluchtverhaal te vertellen, omdat hij niet in leugens verder wilde leven. En dat betekent dat Ali binnenkort naar zijn land terug zal moeten. Als exmoslim, als christen. Het zal moeilijk worden, maar God gaat mee. “En”, aldus Ali, ”ik hoop dat mijn kleine zusje nog niet zoveel van de islam weet, zodat ik haar
een christelijke opvoeding kan geven.”

(Ali is een gefingeerde naam)

(Weergave, juni 2003)