"Mijn geloof is sterker dan glas"

Reza Foroughi groeide op in een islamitisch gezin in Iran. Toen hij problemen kreeg met de geheime dienst sloeg hij op de vlucht en kwam in Nederland terecht. Daar ontmoette hij christenen die hem vertelden over Jezus Christus en kreeg hij een wonderlijke droom. Nu vijf jaar na zijn vlucht uit Iran, wil Reza niets liever dan dominee worden.
“Ik was een vrij strenge moslim”, zegt Foroughi. “Ik ging uit geloof het leger in. Ik wilde mijn land en mijn geloof beschermen.” Na zijn militaire dienst volgde hij opleidingen in de gezondheidszorg, in de administratie van de geheime dienst en als lasser van speciale onderdelen voor de productie van atoomenergie. Op zijn 21e trouwde hij met Farzaneh. Hun beider ouders waren tegen het huwelijk. “Familiebanden zijn het allerbelangrijkst in Iran, dus deze keuze heeft vervelende bijwerkingen. Je wordt helemaal geÔsoleerd. Wij zijn nu zeventien jaar getrouwd en hebben bijna geen contact meer met mijn schoonouders. Mijn eigen ouders zijn een paar jaar geleden overleden, toen ik al in Nederland was.”
Het christelijk geloof kwam hij in Iran al tegen. “Via een speciale postbus in een andere provincie heb ik een aantal christelijke boeken aangevraagd. Ik heb toen een schriftelijke cursus gevolgd. Maar nooit met de bedoeling of de verwachting christen te worden.”

Vriendelijk

In 2000 sloeg het noodlot toe. “Ik had een paar problemen met de geheime dienst en kwam in de gevangenis terecht. Na mijn vrijlating had ik opnieuw een aantal nare ervaringen met de overheid. Toen ben ik gevlucht en zonder vrouw en de twee kinderen die we inmiddels hadden in Nederland aangekomen.”
De eerste drie weken verbleef Reza in een aankomstcentrum in Almere waar hij allerlei procedures onderging. Daarna plaatste de IND hem over naar een centrum vlakbij Ede waar hij vier maanden verbleef en waar zijn leven een onverwachte keer zou nemen.
“Ik maakte daar kennis met een aantal andere IraniŽrs. Een van hen was bezig met het christelijk geloof. Iemand van de Nederlands Gereformeerde Kerk kwam een aantal keren per week bij hem langs. Ik heb toen tegen deze vriend gezegd: ‘Hij mag hier niet komen. Ons geloof en ons Boek zijn het beste.’ Om mijn woorden kracht bij te zetten, probeerde ik de gesprekken te verstoren. Ik zette de muziek heel hard, of praatte luidruchtig met mijn vrienden. Maar het had geen effect. De man keek mij nog steeds vriendelijk aan! Aan het eind van een van zijn bezoekjes vroeg hij naar mijn naam. Vervolgens bad hij samen met mijn vriend voor mij! Help hem Vader in de Hemel, zijn vrouw is nog in Iran, los zijn problemen op. Hoe kon dat, vroeg ik me af. In mijn geloof gold: oog om oog, tand om tand. Ik had hem drie maanden lastig gevallen en hij was nog steeds vriendelijk tegen mij.”

Som geld

Over evangelisten deed in het asielzoekerscentrum het gerucht de ronde dat ze voor elke bekeerling een flinke som geld zouden krijgen van kerken en de overheid. “Ik kwam erachter dat dat helemaal niet zo is. Op een dag ging ik mee naar zijn huis en zag dat de man juist heel sober leefde. De spullen die ik hier in deze kamer heb, zijn misschien wel vijf keer zoveel waard als de spullen die hij had staan. Hij was rijk in zijn geloof, maar arm in zijn leven. Hoe kon dat zo zijn? Ik wilde er meer van weten.”

Doop

“In december 2000 heb ik toen een heel bijzondere droom gehad. Het was donker en ik was helemaal alleen. Ik huilde een beetje. Toen hoorde ik een stem die zei: Abdul Reza, waarom huil je? Ik zei dat ik tegen de christenen had gezegd dat ik graag gedoopt wilde worden, maar dat zij het daar nog te vroeg voor vonden. De stem zei toen: Je kunt niet gedoopt worden via hen. Je hebt iets heel anders nodig. Je moet met vuur gedoopt worden. Kijk zo. En ik ging helemaal branden. Echt waar! Wat heb ik verkeerd gedaan, vroeg ik? Ik was doods bang. Straks ga ik dood, dacht ik!” “Omdat ik hardop had gepraat, waren de anderen wakker geworden. Ze vroegen wat er aan de hand was: Weet ik niet, zei ik. Ik moet met de dominee praten. Ik heb iets verkeerds gedaan en wil het goedmaken anders ga ik dood. De domi nee kwam langs, samen met de evange list, nog twee ouderlingen en een tolk. Nadat ik mijn verhaal verteld had, zei den ze dat het heel bijzonder was en dat ik niet bang hoefde te zijn. Ze lach ten en zeiden dat ik nog jaren gezond kon leven. Ik was kwaad en zei: Mooi is dat, ik ga dood en jullie lachen. Ik wilde gedoopt worden voordat ik zou sterven, maar zij zeiden dat ik nog meer tijd nodig had. Ze baden voor me en zeiden dat alles goed zou komen.”

Bijbellezen

“De volgende dag merkte ik dat ik een speciale kracht had gekregen. Ik leende de Bijbel van mijn vriend en las hem binnen tien dagen uit. De evangelist gaf me een eigen Bijbel en de week erna las ik hem nog eens helemaal door.” “Toen moest ik opnieuw mijn spul len pakken en werd ik overgeplaatst naar Hardenberg. Met zeven mensen woonde ik daar in een kleine caravan. Ik was heel eenzaam. De anderen waren heel strenge moslims. Ze probeerden mij het bijbellezen onmogelijk te maken en knoeiden met mijn eten. Toch heb ik in die tijd voor de derde keer de hele Bijbel gelezen. Ik heb geen bijbelstudie ontvangen, maar heb veel met de christenen uit Ede gepraat met wie ik contact hield en veel inzichten ontvangen door mijn eigen bijbelstudie. Mensen van de kerk verbaasden zich over de kennis die ik had ontvangen. In februari 2001 ben ik gedoopt in de kerk in Ede.”

Doodstraf

“Mijn vrouw was heel kwaad toen ze hoorde wat er met me was gebeurd. Haar ouders zeiden dat ze niet meer voor mijn kinderen wilden zorgen, omdat ik nu chris ten was. Ze zei dat ons huwelijk voorbij was. Als een moslim christen wordt is dat tegen het geloof en moet hij de doodstraf krijgen. Daar wilde ze niet over oordelen, maar ze vertelde me wel dat we geen man en vrouw meer waren.”

Status

“Toen gebeurde er nog een wonder. Mijn vriend uit Ede was ook overgeplaatst en woonde nu in Doorn. Hij belde me op en zei: ik ben zo blij, ik ben gedoopt en ben christen geworden. Wat bleek: we waren op dezelfde dag gedoopt! We wilden graag verder pra ten en ik nam de trein naar Doorn. Ik kwam toen door hem in contact met de Nederlands Gereformeerde Kerk in Doorn. Uiteindelijk heeft dat er toe geleid dat de IND me overplaatste naar Driebergen en dat ik daar drieŽnhalf jaar bij een oude mevrouw uit de gemeente heb gewoond. Door cultuurverschil was het soms moeilijk maar door de liefde van God en Zijn trouw aan ons is alles toch goed gebleven. In die tijd las ik voor de negende keer de Bijbel en leerde ik snel Nederlands. In 2003 kreeg ik status en mocht mijn gezin overko men.” De gezinshereniging liet echter nog negen maanden op zich wachten. “Ik heb veel geleerd van Job, hij moest zoveel geduld hebben.” In september 2004 kwamen Reza’s vrouw, dochter en zoon naar Neder land. Zijn vrouw wilde eerst niet naar Nederland komen, maar heeft dat uit eindelijk toch gedaan voor de kinderen. Hoewel het nu beter gaat, dan de eerste maanden in Nederland is het niet altijd makkelijk om qua geloof niet op een lijn te zitten.

Vaderschap van God

Reza deed twee keer de Alpha-cursus en volgde de bijbelcursus voor migranten aan de Wittenberg in Zeist. Zijn passie is het uitleggen van de Bijbel. Af en toe preekt hij in diensten voor asielzoekers of in Iraanse gemeentes. Het liefste wil hij dominee worden, maar daarmee wil hij wachten totdat zijn gezinssituatie veranderd is. Hij juicht het toe dat Nederlandse christe nen actief op bezoek gaan bij asielzoekers. “Ik zie in kerken veel zendingsdrang naar andere landen, maar vraag me af waarom, de mensen zijn hier! We kunnen met ze praten en een Bijbel in hun eigen taal cadeau geven. Dat geeft hun zo’n prettig gevoel! Dan voelen ze dat ze belangrijk zijn, dat er iemand aan hen denkt.” In evangelisatie kunnen we nadruk leggen op het vaderschap en de bescherming van God. “Heel vaak zijn moslims bang voor God. Het is een geloof van: oog om oog, tand om tand. Waar is de liefde? Maar in de Bijbel staat dat God onze Vader is. Dat God voor je zorgt. In de islam is God ver weg van gewone mensen. Hij is de Almachtige, maar geen persoonlijke God”.

Eeuwigheid

“Ik heb nooit gedacht dat ik hier tot geloof in Christus zou komen. Maar als ik nu moest kiezen tussen mijn gezond heid, huwelijk, geld, kinderen en mijn geloof, dan kies ik voor mijn geloof. Mijn geloof is sterker dan glas. Dat is een Iraanse uitdrukking. Glas kan wel breken, maar de kleine stukjes blijven altijd en ze zijn hard en scherp. Ik heb moeilijke dingen meegemaakt, maar mijn geloof is er sterker door geworden. De kinderen, mijn vrouw, of aaken als geld zijn voor hier op aarde, voor korte duur. Maar de eeuwigheid met God is voor altijd. Daar zie ik naar uit!”

(Idea, oktober 2005, Suzanna Blackmore)