Mijn tranen zijn op

De christelijke Youssef (42) is twee weken in Nederland en verblijft in de
IJsselhallen in Zwolle. ‘Toen ik in Nederland aankwam, viel er zo’n last van
mij! Eindelijk kon ik in vrijheid mijn geloof uiten.’ 

'Mijn vrouw en mijn zoontjes van negen en zeven zijn nog in SyriŽ. Ik hoop via de
Nederlandse overheid mijn gezin op een veilige manier hier naar toe te halen. De
vlucht is namelijk gevaarlijk en mensensmokkelaars zijn duur. Je hoort veel
afschuwelijke verhalen: mensen krijgen een mes in hun rug, worden beroofd en
verkracht of zomaar overboord in zee gegooid. Daarom ben ik alleen gegaan.
De kans op gevaar was 95 procent, maar ik ben voor de vijf procent hoop gegaan.

Moordmachine

Voor de oorlog had ik een goed leven in SyriŽ. Ik kon naar de kerk, had een
goede baan en mocht genieten van het leven. Er is nu veel veranderd. Christelijke
vrouwen moeten een hoofddoek dragen. Kerken zijn verdwenen en christelijke feestdagen afgeschaft. Als je op straat een christelijk symbool draagt, word je ter plekke berecht.
Het gevaar is overal. In de westerse media gaat het voornamelijk over IS,
maar er zijn heel veel kleine groeperingen die ook onderdeel zijn van de
moordmachine. Er wordt op een afschuwelijke manier geredeneerd: een kogel
kost vijfhonderd lira, een mes is goedkoper, dus moorden we met een mes.
Vrouwen worden uit hun huizen geplukt en meegenomen. Kinderen worden
ontvoerd voor losgeld, en er worden raketten afgevuurd op christelijke
wijken. Je weet nooit wanneer je aan de beurt bent. Is het dit keer je buurman, je
broer of je kerk?

Gevaar

Ook mijn kind hebben ze geprobeerd te ontvoeren. Dat is niet gelukt, maar
ik heb er nog steeds nachtmerries van. Mijn familie is in groot gevaar. Ze verblijven steeds op verschillende adressen en zijn nergens veilig. Ik huil niet meer als ik hierover praat, mijn tranen zijn op. Ik heb al teveel gehuild. Het leven in de IJsselhallen valt me zwaar. Ik ben blij en dankbaar met een dak boven mijn hoofd, maar dezelfde mannen die in SyriŽ ons vervolgden,zitten nu in de IJsselhallen mijn kruisje draag ik onder mijn trui, omdat ik ook in de opvang wordt bedreigd. Ik durf niet in mijn Bijbel te lezen en wordt altijd bang wakker. Het is voor mij onduidelijk wie ik kan vertrouwen, en wie niet. Daardoor heb ik het gevoel dat ik in dezelfde situatie zit als waar ik uitkom. 

Hoop

Via activiteiten van kerken uit Zwolle ben ik in aanraking gekomen met Nederlandse christenen. Zaterdagavond ben ik naar een dienst geweest van een lokale kerk. Ik kan niet in woorden uitdrukken, wat dat voor mij betekent. Tussen deze christenen voelde ik de warmte en het licht. Alsof ik in een diepe put was gevallen en iemand haalde mij eruit. Een heel bijzonder, vrij gevoel. Jezus Christus zei tegen mij: neem de vijf procent hoop, vergeet het gevaar. Mijn vraag voor Jezus is om mijn familie te beschermen en naar mij toe te brengen. Ik weet zeker dat Hij dat ook doet. Elke dag krijg ik kracht van boven en dat geeft mij vertrouwen voor de toekomst.’

Tekst: Aafke Lamberink

(Weergave, december 2014)