Van crimineel tot christen

Hij is veertien jaar in Nederland. Ik ontmoet hem op een heel klein zolderkamertje ergens in Amsterdam. De muren zijn bedekt met posters, bijbelteksten, kruisen en Ichthusvissen. Ik ben op bezoek bij Mohammed uit Djibouti. Met zijn Somalische, islamitische, komaf weet je niet wat je ziet als hij voor je staat. Zijn T-shirt spreekt boekdelen: “Er is redding in Jezus Christus.”
Mohammed deed zich jonger voor dan hij was toen hij in Nederland kwam. Bijna zijn hele vluchtverhaal was gelogen. Omdat hij, na een periode in het AZC, problemen kreeg met zijn zus liep hij weg van huis en begon te zwerven over straat. Eerst vond hij onderdak bij een Nederlandse vriendin, die wel moslim wilde worden om met Mohammed te kunnen trouwen. Als overtuigd moslim besloot Mohammed de imam om advies te vragen. Maar volgens de imam moest ze eerst twee jaar de Koran bestuderen en dat vond hij ondanks zijn islamitische achtergrond toch maar niets. Uit frustratie heeft hij zijn vriendin achtergelaten. “Gelukkig heeft ze geen kind, maar wel een miskraam van mij gehad.”

Vicieuze cirkel

Mohammed zwierf weer over straat. Het duurde niet lang of hij kwam in een vicieuze cirkel van criminaliteit, alcohol, drugs en seks terecht. “Echt waar, ik ben er niet trots op, maar ik heb alles gedaan. Ik was niet verslaafd maar dealde wel. Ik heb ontzettend veel gevochten; de ruzies gingen meestal over meisjes. En ik heb met mes en pistool overvallen gepleegd. Gelukkig heb ik nooit iemand vermoord. Uiteindelijk ben ik opgepakt.” Voor een periode van drie jaar verdween hij achter de tralies. “Die periode was verschrikkelijk. Ik kreeg stemmen in mijn hoofd. Dag en nacht ging dat door. Ik kon niet meer slapen en raakte helemaal van streek en probeerde zelfmoord te plegen. Nog in de gevangenis kreeg ik het idee naar de imam te gaan, omdat hij de duivel, die in me zat, wel kon verdrijven. Achteraf zie ik dat ik bij die imam in het vijfsterren- hotel van de demonen ben terecht gekomen. Ik ben geslagen tot ik bijna stierf; en dat allemaal om me te 'verlossen'.” Ten einde raad besloot Mohammed, na zijn vrijlating, naar Frankrijk te reizen om zijn broer op te zoeken van wie hij wist dat hij christen was. Hij zag het als laatste redmiddel. “Maar daar aangekomen was ik er eigenlijk niet klaar voor. Na een paar dagen ben ik weer naar Nederland terug gegaan.” Na een korte periode van terugkeer in zijn oude leven is Mohammed naar een kerk gestapt. Hij vroeg daar een paar gemeenteleden of ze met hem wilden bidden. “Ze vroegen me of ik in Jezus geloofde. Ik zei van niet, alleen dat Hij een profeet was. Toen heb ik weer gevraagd of ze met me wilden bidden en dat hebben ze gedaan.”

Dubbelleven

Mohammed besloot zijn leven te beteren en er ontstond een zeldzaam dubbelleven: elke vrijdag zat hij in de moskee en op zondag in de kerk. Tot die vrijdag dat hij, nog voor het gebed, in de moskee zelf een visioen kreeg. “Toen was Jezus daar. En Hij vertelde me dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is. Ik kon niet weigeren. Hij bracht me naar buiten en was weer weg.” Mohammed was verrukt. Hij wilde het iedereen wel vertellen en is naar zijn kerk gerend. Mohammed is gedoopt en heet nu Joshua. In anderhalf jaar tijd is hij uitzonderlijk snel gegroeid in het geloof. Hij bezocht een bijbelschool en was een veelbelovende leider voor de kleine Somalische bijbelstudiegroep die we hebben. Maar God had een ander plan met hem. Zeer recent is Joshua naar zijn vaderland teruggekeerd omdat hij uitgeprocedeerd was. “Ik zie er tegenop. Maar God gaat mee. En ik heb maar ťťn droom: een Somalische kerk in Djibouti.”

(Weergave, maart 2004 Jurjen ten Brinke)