Van SyriŽ naar de Veluwe

Nu wonen ze in een plaats op de Veluwe, anderhalf jaar geleden nog in SyriŽ. Een moeder met vijf kinderen tussen de 11 en 18 jaar. Ze voelen zich redelijk thuis in Neder-land. De drie jongens en twee meisjes zitten op school, spreken al Nederlands en zijn druk bezig met toekomstplannen. Voor de moeder kost het meer moeite. Haar Nederlands is nog niet sterk, waardoor ze erg weinig contact heeft met mensen in haar omgeving. Ze zou graag ook SyriŽrs leren kennen, maar die wonen niet in de buurt.

Na een lange tocht met een vrachtwagen kwamen de zes SyriŽrs in september 1998 aan in Ne-derland. Net zoals bij andere asielzoekers volgde er een serie van tijdelijke onderkomens, verhoren en moeilijke momenten. Van het opvangcentrum in Leiden naar de aanvullende opvang in Vierhouten, met in de zomermaanden een verhuizing naar Limburg. In Leiden kwam het (christelijke) gezin zo nu en dan in een kerk, maar begreep er weinig van door de gebrekkige taalbeheersing. In Vierhouten waren er meer contacten met christenen. “Er werden iedere week bijbelstudies gehouden, dat was altijd erg fijn”, aldus de moeder, die net als de andere familie-leden om veiligheidsredenen niet met haar naam genoemd wil worden. “Er ontstond een groep christenen die met ons meeleefde. Ze baden veel voor ons. Vooral in de tijd rond de uitslag van de procedure was dat erg bemoedigend. De verslagenheid was groot toen we hoorden dat we niet in Nederland mochten blijven. Toch bleven we op God vertrouwen”. Samen met haar oudste zoon ging ze naar de advocaat. In het verslag van hun gehoor bleken allerlei dingen te staan die helemaal niet gezegd waren. “Waarschijnlijk heeft de moslim-tolk het opzettelijk verkeerd opge-schreven, zodat wij geen schijn van kans kregen om in Nederland te blijven”, aldus de 18-jarige zoon, die net zoals veel andere oosterse christenen niet snel moslims vertrouwt. Na een paar dagen hoorden ze dat er toch een status voor hen klaar lag. De moeder: “Wat waren we blij, zo'n groot wonder dat God ons zelfs de A-status heeft gegeven, ik vind het nog steeds onbegrijpelijk”. En de vader? Die zat in een Syrische gevangenis, toen de rest van zijn gezin vluchtte. Daarna is er geen contact meer met hem geweest.

(Weergave, maart 2000, Rien Bregman)