Vertrouwen op Gods weg

Als ik de deur van de woning in de oude flat in Kampen binnenkom, word ik direct warm onthaald door de moeder Maryam en dochters Mina en Mona. De eenvoudig ingerichte woning ruikt naar vers gezette thee en zelfgebakken koekjes. En dat terwijl Maryam met koorts rondloopt en zich grote zorgen maakt om haar zoon Amir (20), een jongen die ze nauwelijks in de hand kan houden en die zich afzet tegen alles wat christelijk is.
Mina is zeventien jaar en afgelopen zomer was ze mee op een jongerenkamp van Gave. Ze is dertien jaar geleden met haar moeder en broer uit Iran naar Duitsland gevlucht. Daar woont haar vader. Mona, haar jongere zus, is er geboren. Toen bleek dat Mina's vader zich met een drugstransport had beziggehouden en gezocht werd, moesten ze na zes jaar legaal verblijf halsoverkop uit Duitsland vertrekken. Nu, zeven jaar later, zit hij in de gevangenis in Duitsland
en is het gezin in Nederland twee keer uitgeprocedeerd. Christenen in Kampen betalen hun huidige onderkomen, omdat er zicht is op een plaats in Duitsland door gezinshereniging.

Wachten

“Het is echt heel moeilijk om zo lang te moeten wachten”, zegt Mina. “Maar ik weet waarom ik hier moest zijn. Het afgelopen jaar heb ik Jezus echt leren kennen. En mijn moeder en Mona ook. We zijn alledrie gedoopt.” De foto's van de dienst worden opgezocht en Mina vertelt hoe ze bijna drie jaar geleden met haar Nederlandse christelijke vriendin over God sprak. Hoe een Iraanse vrouw hen meenam naar bijbelstudies in het Farsi, op het AZC in Dronten. Op mijn vraag waarom ze daar dan naar toe wilde, antwoordt Mina: “Ik kreeg er dorst van. Altijd als ze over God vertelde en als ik haar ontmoette kreeg ik dorst! Ik zag dat ik verkeerde dingen deed. Simin, die Iraanse vrouw, vertelde me wat zonde was. Roddelen bijvoorbeeld. En ik zag ook dat ik dat niet alleen zelf deed, maar de duivel probeerde me te laten zondigen.” Na lang twijfelen ging Mina mee naar de kerk. “Ik dacht: als het daar net zo goed is als op de bijbelstudie, dan moet ik daar wezen. Ze baden met me. En de Heilige Geest kwam in mijn hart. Ik voelde zoveel rust en liefde in mij. En Iemand sprak tegen me: “Mina, Ik ben je Vader in de hemel en We houden van je. Toen kwam ik tot geloof. God Zelf heeft tegen me gesproken.”

Doop

Mina vond het erg spannend om een getuigenis te geven voor-dat ze 6 april dit jaar gedoopt werd. "Maar God gaf de avond ervoor Galaten 2:20 in mijn gedachten. Dat ik met Christus gekruisigd ben. En dat Hij in mij leeft. Dat was genoeg. Die tekst heb ik voorgelezen en dat was mijn getuigenis.” Er is maar ťťn ding wat Mina graag wil: Dat Amir ook tot geloof komt. En nog veel meer mensen, “Iedereen die ik ken.” Mina's toekomst is onzeker. “Misschien kijkt God of ons geloof groot of klein is. Ik denk dat Hij ons beproeft. Ik stel wel eens vragen aan God, maar ik ben nooit boos op Hem. Hij is mijn Redder. Ik weet zeker dat Hij ons ook in de toekomst vasthoudt. Het was Zijn plan dat we hier in Nederland kwamen. Hij heeft me hier ook genezen van mijn zieke ogen. Ik was op de pinksterconferentie van Opwekking deze zomer. Ik stond helemaal achteraan en kon het podium niet zien. Dat vond ik zo jammer, ik huilde ervan. Een vrouw naast me vroeg wat er was en ik vertelde het haar. Ze bad met me en toen ik mijn ogen opende zag ik podium. En nog steeds kan ik alles heel scherp zien. We hadden eigenlijk geen geld voor een bril, maar God zorgde dat ik er niet eens ťťn nodig heb.”

(Weergave, december 2003, Jurjen ten Brinke)