Afscheid nemen en toch contact houden
Een heel aantal asielzoekers leert in Nederland voor het eerst Christus kennen en wordt gedoopt in de kerk die hen vaak ook begeleid heeft. Maar de kans is groot dat na een verblijfsvergunning (zeker met het huidige generaal pardon) deze nieuwe gelovigen een huis elders in Nederland krijgen. Maar hebben ze dan ook nog een geestelijk thuis?
Jaap en Anja Oosterwijk uit Veenendaal zijn al jarenlang betrokken bij de Afghaanse christen Chiel*. “Chiel was altijd wat stil en onopvallend, maar na de aanslagen van 11 september 2001 kreeg hij meer interesse in de Bijbel. Hij ging ook mee naar de kerk, werd daar langzamerhand steeds vrijmoediger in. Hij moest dan wel altijd geïntroduceerd worden op nieuwe plekken en dan vertrouwen winnen, dan was het goed”.
Chiel zegt zelf dat hij zich aangetrokken voelde door de mensen van de Hervormde Julianakerk in Veenendaal. “Door de liefde die ze voor mij hadden” vertelt Chiel. “Juist ook van degenen die een taak hadden in de kerk, zoals het welkomstcomité bij de deur. Men vroeg na de dienst altijd naar mijn situatie en dat van mijn land”. Ook een vriend die altijd naar de moskee ging en soms met hem meekwam viel die liefde op. Wat hem ook goed deed aarden in Veenendaal was de liefde die hij ervoer bij Jaap thuis. Chiel: “bij Jaap was het alsof ik bij mijn eigen familie thuis kwam, ik had zelfs een eigen kamer”. Ook bij een andere familie van de kerk stond de deur altijd voor hem open.
Na een half jaar kwam het verlangen om ‘gedoucht’ te worden, zoals Chiel de doop noemde met zijn Nederlands van toen. De belijdenisgroep waarin hij terecht kwam was in het begin nogal gesloten – en Chiel vond het ook moeilijk om open naar hen te zijn – maar na zes maanden samen optrekken kwam er steeds meer openheid.
Voor Chiel was de introductie bij een nieuwe kerk van essentieel belang
Zo wilde Chiel een getuigenis geven van zijn bekering in de belijdenisdienst. Deze openheid over wat God gedaan had in zijn leven gaf bij anderen ook openheid. Een getuigenis geven is nu veel gebruikelijker geworden. Verder merkt Chiel dat de visie van de Julianakerk voor evangelisatie onder buitenlanders is gegroeid.
Verhuizing
Nadat Chiel een status kreeg, verhuisde hij naar de omgeving van Almelo. Dat was een grote overgang. “In die omgeving voelde ik me minder veilig vanwege andere Afghanen in hetzelfde huis. Eens kreeg een huisgenoot een envelop van Kerkbalans in handen en begreep dat ik christen was. Toen ben ik daar opener over geworden en heb ik zelfs kunnen getuigen. Zo kregen al mijn huisgenoten een kerstpakket van de kerk hoewel ze dachten dat het alleen voor mij was”.
Toch bleef het moeilijk aarden. Chiel voelde zich ‘afgesneden’ van zijn familie in Veenendaal zoals hij het noemt. De nieuwe kerk was ook veel verder weg van zijn huis dan toentertijd in Veenendaal. Een geestelijk thuis kon hij er niet vinden.
Extra liefde
Terugkijkend zou Jaap Oosterwijk zijn Afghaanse vriend ook liever naar een kerk doorverwezen hebben waar men voorbereid is op de komst van nieuwe allochtonen. “De gereserveerdheid van veel asielzoekers kun je alleen doorbreken met heel veel warmte en liefde. Als een kerk alleen bezig is met zelf te overleven, heeft men niet de extra liefde die een vreemdeling nodig heeft.”
Voor Chiel was de introductie bij een nieuwe kerk van essentieel belang. Zonder die introductie had hij die stap niet zelf gezet. De belijdenisgroep en de familie Oosterwijk heeft altijd contact gehouden. “Maar die verantwoordelijkheid heeft de asielzoeker zelf ook”, benadrukt Jaap. Chiel is zeker eens per drie maanden blijven komen. Ook uit zichzelf. En hij belt. Als hij aan Jaap en Anja denkt, blijft hij zeggen ‘dit is mijn thuis’. Ook na zoveel jaren.
*Chiel is een gefingeerde naam
Tekst: Rien van der Toorn
Uit: Weergave december 2007