Buitenlandse christenen een zegen voor de kerk
De vluchteling die spontaan ‘amen!’ roept in de eredienst van een gereformeerde bondsgemeente. Eén van de voorbeelden die dominee G.D. Kamphuis uit Amersfoort (Joriskerk) tijdens de jaarlijkse ontmoetingsdag van Gave aanhaalde, toen hij sprak over de zegen van buitenlanders. “Zij zijn een geschenk van God”, zegt hij uit ervaring. Hij ziet in hun warmte, enthousiasme en toewijding juist een uitdaging en meerwaarde voor de kerk van vandaag.
“Het is hun onbevangenheid, geloofsvertrouwen en overgave aan God, die zij zo spontaan onder woorden kunnen brengen. Tijdens een kerkdienst daagde ik onze klassieke gereformeerde bondsgemeente eens uit om ‘ja’ en ‘amen’ op de preek te roepen. Niemand reageerde. Totdat er spontaan een stem van achteruit de kerk klonk: een buitenlandse broeder. Voorzichtig begonnen ook onze Nederlandse bezoekers mee te doen. Dat is de vrucht van die ene asielzoeker.”
Kamphuis ervaart dat de aanwezigheid van buitenlanders de kerk enorm goed doet. “Ik dank God dat hij de vensters opent. Maar al te vaak zijn onze ramen beslagen. We kunnen enorm op onszelf gericht zijn en Zijn wereldwijde werk makkelijk uit het oog verliezen. Gods gemeente is veel breder, dieper en omvattender dan een paar blanke Nederlanders uit de middenklasse.”
Kamphuis roept de gemeente op om zich niet alleen met woorden, maar ook met daden in te zetten voor buitenlandse christenen. In tegenstelling tot hun Nederlandse broeders en zusters gaat hun geloofsbeleving vaak gepaard met lijden en vervolging. Zo noemt hij het voorbeeld van een Pakistaanse vader en moeder met vier dochters, dat het azc werden uitgezet. Zijn voormalige kerk in Amstelveen-Buitenveldert bood een toevluchtsoord, omdat de kosterswoning boven de kerk leegstond. “Die hadden we om financiële redenen ook kunnen verhuren. We kozen er echter voor om het gezin daar op te vangen. Inmiddels zijn ze verhuisd naar Canada, waar ze een permanente verblijfsvergunning hebben.”
Een ander voorbeeld: “De oudste zoon van Amer uit Jemen werd vermoord toen hij in de bergen uit de Bijbel las. Amer zelf vluchtte naar Nederland. Negen jaar later werd hij in Nederland herenigd met zijn vrouw en twee andere zoons. Nu heeft hij een plekje in de gemeente. Door deze mensen krijgt ‘lijden om Jezus wil’ een gezicht.”
De les? Kamphuis heeft ontdekt dat God zijn gemeente oefent in praktisch christen-zijn. “Herbergzaamheid is een belangrijke les die we hebben geleerd. Zoals, die familie die een vluchteling een slaapplek bood. En gastvrijheid in de gemeente. Mijn preken worden vertaald op papier, maar ook live door gemeenteleden. Bezoekers kunnen meeluisteren via hoofdtelefoons. Dat heeft te maken met Gods liefde voor onze naaste. God erbarmt zich over zondaars en bedelaars. Wij moeten ons daarin oefenen.”
De boodschap begint zijn werk te doen in de harten van de gemeenteleden. Zij voelen iets van ‘een gezamenlijke missie’. “En dat hebben we te danken aan onze buitenlandse broeders en zusters. Wij zetten hen graag in bij het begroeten van nieuwe – ook Nederlandse – gemeenteleden. Dat helpt enorm bij hun integratie. Zij zijn als geen ander in staat om ingesleten patronen te doorbreken.”
Tekst: Jeroen Kanis
Uit: Weergave november 2009