Evangelist Marten vol liefde voor Arabisch-sprekenden

Johanna Marten (36) groeide op in Koerdisch Noord-Irak en leefde jarenlang in angst. Totdat de geboren katholiek Christus écht leerde kennen en zijn leven radicaal veranderde. Als Gave-evangelist onder Arabisch sprekende asielzoekers weet hij als geen ander wat het is om onder elke omstandigheid te getuigen van je geloof, zelfs als je beulen een strop voor je maken.

Wie Johanna afgelopen zomer wilde ontmoeten, moest in Ambt Delden zijn, waar hij voor de achtste keer een zomerconferentie voor moslims organiseerde. Maar liefst zeshonderd bezoekers, van wie driekwart moslim is, hoorden het Evangelie in hun eigen taal. Ooit raakte die boodschap Johanna zelf voor het eerst, toen buitenlandse zendelingen hem in zijn geboortestreek ontmoetten. “Ik ben een Chaldeeër die opgroeide in het Koerdische Noord-Irak,” vertelt Johanna, die om veiligheidsredenen niet op de foto wil. “Hoewel de meeste mensen daar moslim zijn, was mijn familie katholiek. Geloven zag ik als een culturele aangelegenheid, totdat ik begon in te zien wie Jezus’ werkelijk is. Hij is ook mijn Redder en Verlosser, dat begon ik met heel mijn hart te geloven.”

Opdracht

Johanna liet geen gras groeien over zijn ontmoeting met Jezus Christus. “Direct de volgende dag ben ik begonnen met evangeliseren om er nooit meer mee op te houden,” zegt hij glimlachend. “Ik heb ervaren dat God mij uitkoos om als eerste van vier miljoen mensen in Noord-Irak Hem te gaan verkondigen.”Maar door gehoor te geven aan die opdracht koos hij niet voor een makkelijke weg. Sterker nog, de evangelist kreeg steeds meer vijanden naar mate de vruchten van zijn werk tot wasdom begonnen te komen.

Servet

Hij opende in 1993 een boekwinkel in Arbil en kreeg dagelijks drommen mensen over de vloer. “Omdat de bevolking ontzettend trots is op materiaal in hun eigen taal, waren de Koerdische Bijbels niet aan te slepen. Duizenden exemplaren heb ik mogen uitdelen, met als gevolg dat veel mensen tot geloof kwamen en zich lieten dopen.”Maar Johanna, die met zijn ouders op een universiteit een restaurant runde, deed meer. “Ik scheurde pagina’s uit Bijbels en legde die als servet onder vers belegde broodjes. Ik voegde er aan toe: ‘Niet weggooien, hè, lees het!’ En veel studenten kwamen terug, ze wilden meer lezen. Om in die behoefte te voorzien ben ik met een team in het geheim begonnen om de Bijbel in het Koerdisch te vertalen.”

Angst

Dat hij voor Jezus’ zaak grote risico’s nam, paste helemaal niet bij zijn karakter. Want vóór zijn bekering voerde angst de boventoon. “Dat drukte zwaar op me,” vertelt hij eerlijk. “Mede door de voortdurende oorlog was ik bang voor het donker, dieren en harde geluiden. Ik wantrouwde onbekenden.”Dat hij zich – in dienst van God – geen grote zorgen meer maakte over zijn lot, mag je gerust een wonder noemen. De gevolgen van zijn gevaarlijke evangelisatieacties in het overwegend islamitische Irak nam hij op de koop toe.

En die gevolgen bleven niet uit. Zo verstootte zijn familie hem, omdat hij in hun ogen Maria belachelijk maakte en doordraafde met zijn geloof. “Oude bekenden draaiden zich om als ze mij tegenkwamen en winkeliers wilden me niets meer verkopen. In de katholieke kerk noemden ze me zelfs een spion van Israël en de FBI.” Naast deze sociale uitsluiting viel Johanna in handen van een vanuit Iran opererende organisatie, die letterlijk als doel had evangelisten uit te schakelen. “Mijn beulen martelden me met elektriciteitskabels en ik zag zelfs mijn strop al hangen. Maar ik overleefde het en voelde me soms als Paulus, die ook altijd onder druk stond en pijn leed om Christus’ wil.”

Zachtmoedig

Maar deze ‘Paulus van Irak’ somt het niet op als klaagzang. Integendeel: “Mijn leven is een groot getuigenis voor God en het bewijs dat een angstig mens dwars door lijden heen vrij kan zijn. Ik heb het alleen aan Jezus’ genade te danken dat ik nog leef en een getuige van Hem mag zijn. Want zoals een jonge jongen alles voor zijn eerste vriendinnetje overheeft, zo stond ik toen, en sta ik nu nog altijd, in vuur en vlam voor mijn hemelse Vader.” Diezelfde houding nam hij mee naar Europa, toen hij Irak in 1997 moest verlaten. “Maar ik ging niet alleen,” vult Johanna aan. “Vlak daarvoor trouwde ik namelijk met Lina, wat ook al zo’n Godswonder is. Lange tijd zag ik – mede door mijn opvoeding en cultuur – vrouwen namelijk als duivels, waar je niets goeds van kon verwachten. Dat beeld veranderde compleet.”

Smokkelaars brachten hen via Turkije naar Nederland, het laatste land waar Johanna terecht wilde komen. “Ik had gehoord dat je hier meters onder zeeniveau leeft en dat vond ik als iemand zonder zwemdiploma een angstaanjagende gedachte,” lacht Johanna. “Toch ervoer ik dat God mij juist op die natte plek wilde gebruiken, en zo gebeurde het ook. Ik werk inmiddels al bijna tien jaar via Gave onder Arabisch-sprekenden”.

Tekst: Maarten Nota
Uit: Weergave, oktober 2009

Hier vind je meer inspirerende verhalen

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world