“Geven zonder iets terug te verwachten”
Talitha van Iterson had eigenlijk niets met vluchtelingen en al helemaal niet met voetbal. Toch raakte ze tot over haar oren betrokken bij het vluchtelingenwerk in Haarlem. “Er stond een oproepje in het kerkblad dat er mensen nodig waren om vluchtelingen naar het voetbalveld te rijden. Dus ik dacht, laat ik ook eens een steentje bijdragen aan wat er speelt in de stad.” Dat steentje werd al snel een enorme kei, die soms ook wel zwaar is om voort te duwen, bekent de nuchtere Talitha in alle eerlijkheid.
“Op het laatste moment bedacht ik dat het misschien niet wijs was om als vrouw een een auto vol onbekende mannen te gaan rijden. Dus mijn man reed, terwijl ik naar de voetbalkantine ging. Toen ik daar kwam, kreeg ik de sleutels in m’n handen gedrukt. Of ik koffie wilde zetten en na afloop afsluiten. Ik zag dat de niet-voetballers een beetje rondhingen en heb gezorgd dat er spelletjes kwamen. Aan de bar deed ik wel zes spelletjes tegelijk. Ze hadden enorm veel plezier, dat gaf mij voldoening. Zo is het begonnen.”
Grijs
“Ik liep al direct tegen dingen aan. Voor de vluchtelingen die ik ontmoette, is het normaal om over elkaar te praten. Het is normaal om geld van iedereen te lenen en het is normaal om schulden te hebben. Natuurlijk adviseerde ik om dat hier niet te doen, alleen al omdat je dan in de schuldsanering terecht komt. Maar zij denken heel anders. Waar wij, Europeanen, zwart/wit denken met een klein streepje grijs ertussen, hebben zij een veel groter grijs gebied. Dat had ik al snel in de gaten en vanaf het begin ben ik duidelijk geweest over mijn grenzen.”
Geld
“Ik geef niet zoveel om geld. Maar de mannen die ik leerde kennen, gingen er wel heel makkelijk mee om. Als je bijvoorbeeld moet leven van vijf euro per dag en je gaat toch roken… Dat vind ik bijzonder. Zeker als ze vervolgens bij mij aankloppen omdat ze dringend kleding of eten nodig hebben. Ik respecteer hun keuzes, ook die om te roken, maar ik ga altijd de dialoog aan en ik zeg zeker niet altijd ja. Als ik iets wil geven aan een vluchteling, dan geef ik het liefste spullen. Ik besef dat ik iedere keer als ik geld leen, er de mogelijkheid is dat ik het niet terug krijg. Zoals in de Bijbel staat, ik leen om het niet terug te ontvangen. Daar houd ik rekening mee, ook om me te wapenen tegen teleurstellingen.”
Eerlijkheid
“Ik kan voor hen geen keuzes maken. Je denkt dat je heel duidelijk bent geweest en ze zijn het helemaal met je eens. Maar je hebt je nog niet omgedraaid of ze doen precies wat je ze afgeraden had. Nu ik langer met hen optrek, krijg ik steeds meer het gevoel dat het landt wat ik zeg. Ik geniet van hun dankbaarheid als ik eerlijk ben. Ik beloof alleen maar iets als ik het ook echt kan doen. Eerlijkheid gaat boven alles, vind ik. Als mijn ja maar ja is en mijn nee nee.”
Geloof
“De mannen houden allemaal sterk vast aan hun eigen moslimgeloof, misschien nog wel meer dan toen ze nog in hun eigen land woonden. Waar ik in het begin heel voorzichtig was om daarover te praten, ga ik steeds meer de dialoog aan. De overeenkomst tussen hen en mij is dat we op zoek zijn naar God. Ze hebben een ander godsbeeld. Ik bid voor hen en dat weten ze ook. Maar ik hoef niet te overtuigen of te scoren. Dat doet God wel voor mij. Als ik hen iets van de liefde van Jezus kan meegeven, is dat genoeg. Al verandert er door wat ik hen vertel maar iets in hun godsbeeld, waardoor ze later God durven aanroepen. Misschien pas als ze tachtig zijn, dat maak ik dan niet meer mee. Dan is het goed.”
“Als ik hen iets van de liefde van Jezus kan meegeven, is dat genoeg.”
Zijn zoals Jezus
“In de relaties met vrienden zoek ik evenwicht. Ik geef en ik ontvang. Met vluchtelingen is dat anders. Ik investeer, maar ik verwacht niets terug. Natuurlijk ben ik teleurgesteld als ik in het ootje genomen wordt. Maar ik sta op en ik loop weer door. Als iedere negatieve ervaring ervoor zou zorgen, dat wij niets meer doen, dan zou er niets meer gebeuren. Jezus ging naar de weduwen en de wezen en de armen. Zou hij nooit teleurgesteld zijn geweest in hen? Ik wil zijn zoals Jezus, dat is het allerbelangrijkste voor mij.”
Tekst: Jacomine Oosterhoff
Foto: Jongfotografie
Uit: Weergave, september 2017