“Ik wil jongeren een thuis bieden”
Toen Janneke Berg een jaar of zeven was, schreef ze op een briefje dat ze zwervers over het Evangelie wilde vertellen. Nu coördineert ze de jongerenkampen van Gave. Ze had nooit gedacht dat haar wens op deze manier werkelijkheid zou worden. “Wat me het meest raakt, is dat de jongeren zoveel aan de Gave kampen hebben. En vooral ook dat God zo bijzonder door de kampen heen werkt.”
“Dat gevoel dat je dat je er niet mag zijn, dat hebben veel vluchtelingenjongeren. Op het kamp ervaren ze dat ze er wel bij horen. Sommige Nederlandse jongeren komen naar het kamp om te helpen. Ze reiken de hand naar beneden. Zij ontdekken op hun beurt dat de vluchteling gelijkwaardig is.”
Gods liefde
“Wat ik wil, is jongeren een thuis bieden. Bij God en bij mensen. Zo moet een Gave kamp voelen, als een plek waar je helemaal jezelf kunt zijn, waar je geliefd bent en gezien wordt. Daar hunkeren de jongeren naar. Maar ik geloof ook dat je pas echt jezelf wordt als God in je komt. Dan word je een mens zoals Hij het heeft bedoeld. En die liefde, Gods liefde, wordt geproefd in het hele kamp.”
“Een kampweek is de hemel op aarde”, vertelt Janneke enthousiast. “Niet alleen de landenmuren, maar ook de kerkmuren vallen weg. Je ziet een orthodoxe en een protestantse christen uit Eritrea samen de Bijbel lezen. In Eritrea is dat ondenkbaar. Moslims zijn met elkaar aan het sporten. Nederlandse jongeren, van reformatorisch tot evangelisch, die zich afvragen of God überhaupt wel bestaat, raken in gesprek met een Syrische jongere die wil weten in welke God hij dan moet geloven.”
“Niet alleen de landenmuren, maar ook de kerkmuren vallen weg.”
Geestelijke strijd
Gebed neemt een grote plek in op het kamp. Er is veel geestelijke strijd. “Waar God is, is de duivel. Over de bijbelstudie in de ochtend bijvoorbeeld zijn niet alle deelnemers even enthousiast. We hadden eens twee moslimjongens, die echt niets wilden, terwijl ze tevoren helder weten wat voor kamp het is en wat er van hen verwacht wordt. Ze wilden zelfs niet aanwezig zijn om alleen maar te vertalen. Uiteindelijk ging een van hen toch in z’n Bijbel lezen. Hij begon gewoon bij Genesis 1 en meteen kwamen de vragen. ‘Hoe zit dat, dat je geschapen bent naar Gods beeld. Wat betekent dat?’ Dat was het begin van een mooi gesprek en die Bijbel heeft hij meegenomen naar het azc.”
Die geestelijke strijd is vooral merkbaar op donderdagavond. Jongeren kunnen dan hun zorgen en verdriet opschrijven en neerleggen bij het kruis dat opgesteld staat. “Een meisje, een moslima, begon bij dat kruis ineens vreselijk te twijfelen. Ik heb haar gezegd dat ze niet verplicht was om te geloven in de Heere Jezus, dat gaf wat ontspanning. Later vertelde ze me dat ze thuis een droom had gekregen die haar geloof versterkte. Andere mensen leggen hun problemen neer bij het kruis en ervaren daarna echt bevrijding.”
Achterban
Janneke Berg lijkt voor dit werk in de wieg gelegd, maar ze had zelf heel andere plannen met haar leven. “Ik studeerde voor godsdienstleraar en had een baantje nodig. Ik zat een beetje te surfen op internet en ineens kwam het woord Gave in me op. Dat moet de Geest zijn geweest. Ik typte het in en toen kwam de vacature voor coördinator jongerenkampen boven. Dat ik met een achterban moest werken vond ik moeilijk, maar ik heb toch gesolliciteerd.”
“Tijdens het sollicitatiegesprek hoorde ik pas dat ik de kar alleen moest trekken. Zoveel verantwoordelijkheid alleen dragen, kon ik dat wel? Ik twijfelde zo. Ik voelde me net Mozes. Toen ik Gave belde, kreeg ik te horen dat mijn collega Alies voor vier uur extra giften had gekregen en dat ze die ging besteden aan de jongerenkampen. God gaf mij bij de baan ook nog een Aäron. Alies en ik vullen elkaar heel goed aan.”
Het duurde daarna nog meer dan een jaar voordat Janneke haar eerste salaris kreeg. “Dat was op de dag dat we ons huis kochten. In Jozua 4 zegt God dat zijn volk gedenktekens moet oprichten. Wij hebben op die dag een druif geplant. Vaak als ik die druif zie, denk ik, o ja, God geeft wat ik nodig heb op zijn tijd. Als Hij je ergens voor roept, zal God er ook in voorzien. Daar vertrouw ik op.”
Tekst: Jacomine Oosterhoff
Foto: André Dorst
Uit: Weergave, juli 2018