Intercultureel missionair werkers

Na zijn bekering vanuit de islam tot het christendom vlucht Hossein* (48) uit Irak en krijgt een verblijfsstatus in Nederland. Tijdens een christelijke Arabische conferentie van Gave leert hij Gul* (49) kennen. Zij is van Koerdische afkomst en woonde in Irak, Iran en Syrië, waardoor zij zowel Arabisch als Farsi spreekt. 

Een aantal jaren na haar vlucht naar Nederland komt Gul in contact met christenen en neemt Jezus aan tijdens een christelijke Arabische conferentie. Na hun huwelijk in 2012 zetten Hossein en Gul zich samen actief in als intercultureel missionaire werkers bij Gave om moslims in Nederland te bereiken met het Evangelie.

“Ik begrijp de pijn van moslims”, opent Hossein het gesprek. “Ze zijn bang voor Allah. Ze doen alles: bidden, vasten, aalmoezen geven. Niet omdat ze het willen, maar uit angst. Moslims geloven dat maar een klein deel van de gelovigen naar de hemel gaat, het merendeel loopt de kans naar de hel te gaan. Deze angst is heel groot.”  

Gul schenkt thee in en zet een doos met koekjes uit Damascus op tafel. “Die angst zie ik ook bij veel christenen”, vult zij aan. Hossein: “Inderdaad, velen weten niet zeker of ze naar de hemel gaan. Maar als je in Christus bent, dan woon je nu al in de hemel. De hemel is niet iets van een verre toekomst, maar is al begonnen.”  

Herstel van trauma

Hossein kiest zijn woorden heel zorgvuldig en spreekt bedachtzaam. Zijn ogen hebben een zachte, liefdevolle blik. “Ik ken ook de oorlog”, vervolgt hij. “Wij leerden in Irak Iran haten. Ik weet uit ervaring wat dit met je doet. Maar mensen kunnen herstellen. Daarvoor hebben ze nieuw leven van God de Schepper nodig. God heeft mij zo veranderd, Hij heeft zoveel voor mij gedaan.” Zijn gezicht straalt. “Ik ben vrijgemaakt van het oude leven en de wet van de islam. Ik ben hersteld van het trauma van de oorlog. God houdt van mij en ik van Hem. Deze liefde wil ik doorgeven aan de moslims. Dat hebben zij nodig.” 

Samen met Nederlandse kerken in de regio bereiken Hossein en Gul vluchtelingen. Zij is vooral actief in het vrouwenwerk en hij bezoekt regelmatig asielzoekerscentra of statushouders in de wijk. Hossein: “Het begint met contact maken. Daarna nodig ik ze uit voor taallessen in de kerk. Hierdoor komen er vaak vragen over wat we geloven en vervolgens nodigen we hen uit voor bijbelstudie. Vaak zeggen moslims tegen mij: jij weet niet wat er staat in de Koran. Als ik hen antwoord dat ik de Koran heb gelezen en zelf moslim ben geweest, worden ze soms boos.” 

“Moslims leren dat het Westen niet goed is. Ze hebben een vertekend beeld van christenen.”

In het begin benaderde Hossein de moslims als zondaren die bekering nodig hebben. “Vaak denken we dat wij als christenen beter zijn. Maar dat is niet zo. Het is allemaal Zijn genade. Op zeker moment sprak God tot mij en vroeg me: ‘Hoeveel liefde heb ik aan jou getoond? Houd van deze mensen!’ Nu benader ik ze in liefde; dat zegt meer dan woorden.”  

Als voorbeeld van liefde noemt hij de kledinginzameling die al zes jaar door de kerken wordt gedaan. “Een Jemeniet moest huilen toen hij kleding kreeg. Moslims leren dat de mensen in het Westen niet goed zijn. Ze hebben een vertekend beeld van christenen. Maar door deze uitingen van liefde en hulp, ervaren ze dat het anders is. Dit doet wat met hen. Hierdoor vragen ze zelfs: mag ik naar de kerk?” 

Bijbelse begrippen 

Overigens benadrukt Hossein de noodzaak voor Nederlandse christenen om Bijbelse begrippen goed uit te leggen. “Voor moslims heeft zonde verschillende niveaus; zij maken onderscheid in kleine en grote zonden en zien het niet als afstand tot God. Bij genade denken moslims vooral aan wat God geeft, zoals eten en drinken. Ook aanbidding is voor hen een vreemd begrip; waarom zingen wij en met – voor hen vreemde – muziek? In de islam is muziek immers haram, verboden.” 

“Bij genade denken moslims vooral aan wat God geeft, zoals eten en drinken.” 

Het grootste probleem van vluchtelingen is volgens Hossein hun identiteit. “In Europa zijn ze zonder contacten en werk en missen daardoor een zeker aanzien. Ze vragen zich af: wie ben ik? De islam geeft hun dan identiteit. Ik vertel hen dat mijn identiteit in God is, de Schepper van hemel en aarde. Hij is mijn Vader! Hij zag mij en houdt van mij. Dat hebben moslims nodig om te horen.” 

Tekst: Anna Klappe | Foto: Hanneke Bouman 

Gepubliceerd in Weergave 1, 2023

*Omwille van de veiligheid is gekozen om online schuilnamen en een niet herkenbare foto te gebruiken.

Hier vind je meer inspirerende verhalen

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world