Jaap ziet zichzelf discrimineren

Jaap ziet zichzelf discrimineren

Een groot deel van Jaaps vriendenkring is niet van Nederlandse afkomst. Dat had hij tien jaar geleden niet kunnen denken. “Ik leefde in een witte bubbel, gekleurde mensen kende ik alleen uit zendingsbladen. Met moslims had ik al helemaal niets.” Jaaps blik op zijn gekleurde medemens is in de loop der jaren radicaal veranderd. “Dat ging niet in een keer, het was een geleidelijk proces.”

“Ik kwam voor het eerst in contact met een andere cultuur toen ik als tiener op werkvakantie ging naar West-Afrika. Ik kwam heel enthousiast weer thuis.” Jaap besloot na die vakantie om zich meer open te gaan stellen voor andere culturen. Alleen met moslims had hij niet zoveel. “Het stond ver van me af en ik zocht hen zeker niet op. Dat zijn zulke felle rakkers, dacht ik. Ik was er eigenlijk bang voor. Ik denk dat dat ook kwam door de verhalen in de media. Alles wat misging in de wereld, had wel iets met moslims te maken. Ik had er ook nog nooit een ontmoet, het was echt ver van m’n bed. Het hele Midden-Oosten, ik had er erg weinig mee. Als ik op straat iemand tegenkwam met een lang gewaad, dan voelde ik me daar niet prettig bij. Ik hield heel bewust afstand.”

Bubbel

“Met mensen uit Afrika had ik dat minder. In onze kerk hadden sommige mensen contact met buitenlandse gezinnen. Zo’n gezin had dat ook echt nodig. Dat wisten we allemaal, hun verhaal werd makkelijk verteld. In Veenendaal, waar ik opgroeide, waren zoveel kerken en christenen. Ik heb me er thuis gevoeld, maar bleef wel in mijn eigen witte bubbel. M’n ouders hebben me zeker niet bewust zo op laten groeien. Het was gewoon zo.”

Ik hield heel bewust afstand van moslims

“Het veranderde toen ik naar Zambia verhuisde. Ik had de pabo afgerond en ging lesgeven aan zendingskinderen. Ik heb me daar een jaar lang ondergedompeld in een andere cultuur. In Nederland wist je precies hoe de zondag zou verlopen, maar in Zambia zat ik ineens onder een boom met een groep christenen. Ik ontdekte zo’n andere manier van kerk zijn, van christen zijn. Die ervaring heeft m’n wereld groter gemaakt. Ik ben hierdoor gaan nadenken. Wat kan ik hiermee? Moet ik de zending in?”

Gevaar

Op advies van een vriend besluit Jaap om in Nederland eerst meer kennis en ervaring op te doen. Hij gaat lesgeven op een basisschool, waar mondjesmaat ook kinderen uit andere culturen komen. “Ik voelde me direct enthousiast hierover”. Dan komt er een oproep voor een vrijwilliger rond het azc Leersum. Jaap begint, samen met anderen, een club voor jongens die in het azc wonen. Daar komen niet alleen Afrikaanse jongens op af, maar ook moslims. “Mijn beeld is daar gekanteld. Een van de jongens was niet alleen moslim, maar ook nog Palestijn. Voor mij, als reformatorisch christen, zat hij dus in een dubbel hokje. Maar ik ben goed bevriend met hem geraakt. Alleen als we het hebben over Israël, kan hij goed chagrijnig worden.”

“Ik dacht dat moslims het gevaar meenamen naar Nederland. Maar we bleken meer op elkaar te lijken dan ik dacht. We hadden vaak dezelfde gemeenschappelijke vijand: het moslim-extremisme. Bepaalde vormen van de islam zijn gevaarlijk, ik heb echt helemaal niets met de religie. Maar ik wil de moslim blijven zien als mijn naaste. Je gaat met elkaar om, omdat je mensen bent, toch? Achter ‘heb je naaste lief’, staat niet: ‘behalve als hij een baard heeft of moslim is’.”

Kleine stapjes

“Als ik nu terugkijk, heb ik inderdaad wel gediscrimineerd. Misschien niet bewust, ik was onwetend en naïef. Maar het zijn juist die onbewuste patronen waar we alert op moeten zijn. Ik denk zelfs dat ik nog steeds discrimineer. Ieder mens heeft dat in zich. Als we praten over een groep, of het nu gastarbeiders zijn of moslims, is het best makkelijk om negatief te zijn. Maar ik wil mensen niet meer benaderen als groep, vanuit het stereotype.”

“Ik wil juist een tegengeluid laten horen, op social media met de hashtag #datmeenjeniet. Als ik me niet uitspreek tegen racisme of discriminatie, ben ik er onderdeel van. Dan zorg ik ervoor dat het doorgaat. Of een mens die neiging tot oordeel ooit kwijtraakt in dit leven, weet ik niet. Maar alles wat niet oké in mij is, wil ik ontmantelen, ook dit. Kleine stapjes zetten, omdat ik God wil eren. Elk mens is beelddrager van God. Zo wil ik mensen zien, maar daarin faal ik ook. Het blijft een zoektocht.”

Tip! Volg ons webinar over racisme

Tekst: Jacomine Oosterhoff

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world