Kijken naar wat Jezus doet
Oezbeek Maxim herkende het dit jaar meteen, toen hij weer op zomerkamp was. “Iedereen kijkt elkaar hier normaal aan, echt opvallend.” Op de jongerenkampen van Gave komen Nederlandse en internationale jongeren samen: christen, moslim of atheïst. En allemaal zitten ze dagelijks rond de Bijbel.
Zijn eerste kamp herinnert Maxim (20) zich nog goed. Gedoopt was hij wel, op z’n dertiende, maar veel deed hij daar niet mee. “Mijn familie was vooral christelijk om erbij te horen. Het was zonder inhoud.” Dat veranderde toen de jonge asielzoeker in aanraking kwam met andere christenjongeren, waarvan hij merkte dat ze echt met God leefden. “Ik hoorde hen praten over Jezus, en het kruis.” Sinds dat eerste Gave-kamp is zijn leven anders, vertelt Maxim. “God heeft Zich aan mij bekendgemaakt, laten zien wie Hij is. Je zou kunnen zeggen dat ik nu pas echt geloof. En dat ik verder moet en mag groeien, dat werd me dit jaar ook wel weer duidelijk.” De jonge christen gaat nu met enthousiasme en honger naar kerkdiensten en praise-avonden in zijn woonplaats Emmen. “Vroeger draaide mijn leven om vrienden, en scooters. Nu wil ik leren hoe je God kunt aanbidden in heel je leven.”
God dichtbij
Een internationaal Gave-kamp verandert niet alleen de bezoekende jongeren, maar doet net zo goed iets met leidinggevenden. Zeyna Dafesh (28) is ook dit jaar weer te vinden op het kampterrein in Lunteren – een week lang het territorium van kamp Lunteren 4. Ze verlangde al langere tijd om in haar vakantie iets te doen voor anderen. “Behalve in je gemeente is het goed om je ergens intensief voor in te zetten.”
Ook Zeyna deed tot enige jaren geleden niets met haar geloof. “Mijn ouders waren katholiek en orthodox, maar deden er niets mee. We wisten niet dat Jezus echt leeft en dat je een levende relatie met Hem kunt hebben.” Vier jaar geleden kwam Zeyna met haar ouders en zus tot levend geloof in Christus, en bezoekt sindsdien een evangelische gemeente.
Op het kamp ervaart ze God ‘heel dichtbij’. Eigenlijk zou dit altijd zo moeten zijn, geeft ze toe. “Maar tegelijk is het zo mooi om te merken dat God je als leidinggevende extra toerust voor zo’n week. Je probeert hen niet alleen iets over de Christus en de Bijbel te vertellen, maar je wordt zelf net zo goed gevormd. Dat maakt je heel afhankelijk. ”Zeyna: “Je wilt veel, en je kunt niet alles. De doelgroep is ook niet gemakkelijk. Ze gaan hier niet zomaar even netjes zitten luisteren. Je voelt de strijd. Tegelijk merk je dat Hij Zich dán juist toont en wil helpen. Het is echt door Hem, en niet door ons.”
Hyves en MSN
Voor Paul van der Velde (24) zijn de kampen jaarlijks weer ‘thuiskomen’. Van alle aanwezigen heeft hij de langste staat van dienst. Eerst ging hij vijf jaar mee als deelnemer en nu twee keer als leiding. “Die unieke mix van jongeren, uit allerlei kerken en geloven. En dan toch samen rond de Bijbel. Ik voel me in Nederland zelden meer thuis dan hier.” De student is in opleiding voor predikant. De eerste les heeft de theoloog naar eigen zeggen al lang geleden geleerd: “Je komt hier niet om Jezus naar de jongeren te brengen, maar je kijkt naar wat Jezus aan het doen is.”
Voor Paul zijn de kampen echt een uitkomst. Omdat zijn vader in de zending zat, kwam hij –net als veel asielzoekers- pas als tiener in ons land wonen. “Nederland is in bepaald opzicht altijd vreemd voor me gebleven. Zo’n internationaal kamp is de belangrijkste plaats om dat vreemd zijn een plek te geven. Dan ben ik echt even thuis.” En anderen herkennen het gevoel: Een vluchteling is in Nederland nooit helemáál thuis. Paul: “Maar of je hier nu voor het eerst bent, of voor de tiende keer: Het is één familie. Dit zijn mijn broers en zussen. ”Eén grote clan. Is dat niet wat overdreven? Zeyna vindt van niet. “Ook na de kampen blijft het contact in stand: Hyves, MSN en ontmoetingen in het jaar. Het haalt mensen uit hun isolement, ook wanneer een christen-jongere weer terug is in het asielzoekerscentrum, of bij zijn familie die niet in Jezus gelooft.”Paul: “Het afscheid hier is altijd weer slikken. Alsof een stukje van je hart eruit springt. Dat doet pijn.”
Sterke mix
Het sterkste element van de kampen is de onderlinge gemeenschap, daar zijn de drie het over eens. Paul: “De mix tussen bijbelstudie en activiteiten. Zo leer je iedereen behoorlijk kennen.” En verder kijken dan je neus lang is, ook als niet-Nederlander, zegt Zeyna: “Bij ons thuis staan dingen toch meer in de setting van de Arabische gewoontes. Hier heb je een goede mix. ”Wat hun mooiste ervaring is op de kampen? Maxim: “Samen bidden en praten. Belangrijk voor mij als christen omdat ik dat thuis bijna niet heb.”
Paul: ”De interculturele ontmoetingen. Deze week deden we bijvoorbeeld levend Stratego, ‘s avonds in het donker. Ik was een bom, in het bos. Komen er twee Afrikanen en een Afghaan aan: Druk in gesprek. Vervolgens praten en lachen we met elkaar. Niemand snapte het spel, maar alle vier genoten we enorm.”Ook Maxim kan van de activiteiten niet genoeg krijgen. Ze maken hem “kapot moe”, maar dat ziet hij alleen maar als een voordeel: “Ik slaap hier heerlijk.” Voor Zeyna is het onbetaalbaar als ze jongeren ziet veranderen. “Vaak stukje bij beetje. Omdat er wat licht in hun leven komt. Een beetje hoop en vertrouwen in anderen. Als je in een gesprek eenvoudig het evangelie kunt uitleggen aan iemand die daar normaal nooit voor open zou staan: Echt bijzonder. En dat je daardoor ook zelf weer groeit in het liefhebben van de ander. Dat vind ik misschien wel het mooiste.”
Tekst en foto: Niek Stam
Uit: Weergave oktober 2009