Hulp aan Oekraïne

Vlak nadat de oorlog in Oekraïne uitbrak, besloot Leander Schreurs uit Elburg in actie te komen. Samen met zijn nichtje Mirjam Schreurs wilde hij wat eten en spullen naar Oekraïne brengen, maar al gauw sloten zich meer mensen uit zijn omgeving aan. Vervolgens reden ze begin maart niet met één, maar met zes voertuigen vol voedsel en medicijnen naar een trainingsbasis van Jeugd met een Opdracht (JmeO) in het westen van Oekraïne. 

“Yarik, een goede vriend van mij die ik tijdens mijn DTS (Discipelschap Trainings School) in 2017 heb leren kennen, komt uit Oekraïne. Hij geeft sindsdien leiding aan het team op de basis van Jeugd met een Opdracht in Ternopil. Hier houden ze zich bezig met verslaafden, straatevangelisatie en het geven van trainingen. Maar nu is deze basis een vluchtelingenkamp en distributiecentrum”, vertelt Leander.

“Alle vluchtelingen die bij deze basis aankloppen krijgen er voedsel en onderdak. Eerst kwamen er vooral Oekraïners uit de grotere steden, waar het toen nog relatief rustig was. Maar nu komen er steeds meer die vluchten voor het geweld, waaronder uit het oosten van Oekraïne. Deze mensen zijn zwaar getraumatiseerd. Zij hebben de oorlog van dichtbij ervaren en de meesten zijn hun huis kwijtgeraakt; ze hebben niets meer. Zij blijven steeds die beelden zien.”

Getraumatiseerd

Eén daarvan is collega Andres van de JmeO-basis in Marioepol. “Die heeft echt een trauma. Hij liet op de eerste dag van de oorlog ‘s avonds even de hond uit, toen er een raket vlak naast hem ontplofte. De volgende dag is hij samen met zijn gezin met de laatste trein die nog reed vertrokken.” Andres is in Ternopil gebleven, zijn vrouw en zoontje verblijven nu bij een gastgezin in Elburg. De JmeO-basis in Marioepol is in gebruik genomen door Oekraïense militairen, weet Leander.

Onder de Oekraïners heerst vooral onbegrip richting Rusland en de Russische burgers, vertelt hij. “Ze begrijpen niet wat er gebeurt. De haat richting Poetin was al wel groot en die is hierdoor alleen maar groter geworden. Voor hen is de oorlog overigens al in 2014 begonnen, met de inval in het oosten die ook toen een vluchtelingenstroom veroorzaakte.” Leander kiest er bewust voor om niet teveel hierover met de mensen in discussie te gaan. “Ik geef ze liever mee dat ze de focus op Jezus moeten houden en in gebed moeten blijven.”

“Ik geef ze liever mee dat ze de focus op Jezus moeten houden en in gebed moeten blijven.”

Coaching en pastoraat

De oorlog maakt de Oekraïners ook opener voor het geloof, merkt hij. “De mensen hebben enorme behoefte aan houvast. Er is ruimte om het geloof te delen. Eén van de Oekraïense chauffeurs die de goederen die aankomen op de basis in Ternopil verder het land inbrengt, is zelfs tot geloof gekomen en gedoopt!”

Elke ochtend is er op de basis in Ternopil tijd voor gezamenlijk gebed en ‘s avonds voor aanbidding. Ook wordt er met mensen individueel gepraat en gebeden. Zelf legt Leander zich, vanwege de taalbarrière, voornamelijk toe op coaching en pastorale aandacht voor de Engelssprekende medewerkers van de basis. “Ik luister vooral naar hun verhalen en help hen beslissingen te maken. Hun hoofden zitten namelijk erg vol.”

Ondanks de omstandigheden is de sfeer op de basis vrij goed, vervolgt Leander. “Maar iedereen is wel vermoeid. In het begin werkte iedereen continu door, maar nu adviseren wij hen ook af en toe wat rust te nemen. Ze voelen zich ook enorm gesteund door de buitenlandse hulp. Onlangs zijn er nog christenen uit Amerika en Noorwegen gekomen om te helpen. Dat raakt hun hart; dat kun je echt zien.”

Alert

Aan de andere kant worden de Nederlandse chauffeurs die goederen brengen naar de basis ook geraakt. “Voor ons doet het ook wat met ons geloof. Ieders hart wordt geraakt door wat je ziet en wat er allemaal gebeurt.” Maar deze reis heeft ook een schaduwzijde, geeft Leander toe. “De impact ervan is groot. Ik denk dat ik zelf straks ook gesprekken nodig heb. De eerste keer toen het luchtalarm ging, vloog ik tegen het plafond. Bij elk geluid ben je nu alert.”

Intussen is Leander weer op weg terug naar Nederland, samen met Jonathan van de Ende van de JmeO-basis in Heidebeek. In Duitsland hebben ze een Oekraïense vrouw afgezet die door mensen uit het persoonlijke netwerk van Leander verder wordt geholpen op weg naar een veilig onderkomen. Zelf hoopt hij later die avond weer aan te komen in zijn eigen vertrouwde huis in Elburg. Of er daarna nog een rit gaat volgen, weet hij nog niet. “Ik moet thuis eerst maar even overleggen met mijn vrouw.” Twee dagen later stuurt hij een appje. “Morgen vertrek ik weer.” Voor de derde keer.

Tekst: Anna Klappe

Foto: privébezit

 

Hier vind je meer inspirerende verhalen

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world