Met lege handen 

Vluchtelingen laten me mijn eigen naaktheid, mijn radeloosheid zien. Ze confronteren me met het feit dat een redelijk normaal leven opeens voorbij kan zijn. Wie ben ik, als ik alles kwijt ben? Geen hoop meer heb?   

Een Eritrees meisje vertelt me haar vluchtverhaal. Dat komt niet elke dag voor. Vaak is het te pijnlijk om eraan terug te denken, laat staan erover te vertellen. Vaak hoor ik de verhalen dus niet, maar voel ik maar al te goed dat er veel is gebeurd. Ik merk dat ik twijfel haar verhaal op te schrijven. Soms zijn dingen te verschrikkelijk om te vertellen. Ik vertel het kort, geen details.  

De reis van het meisje -toen 15- begint met een voettocht van vele uren door het grensgebied. Alleen, want dan val je minder op. Ze kan zonder pardon doodgeschoten worden. Ze komt aan in een vluchtelingenkamp in Soedan. Daar verblijft ze enige tijd met een groepje andere meiden die ze daar ontmoet. Voor de reis door de Sahara hebben ze vervoer nodig van een mensensmokkelaar. Om die te kunnen betalen worden de meiden gedwongen hun familie onder druk te zetten om veel geld over te maken. Dat gaat zover dat een van de meiden voor de ogen van haar vriendinnen wordt doodgeschoten.

De zesdaagse autotocht door de Sahara is verschrikkelijk. Ze drinkt benzine om een ondraaglijke dorst te stillen. Doodziek wordt ze. De tocht over de Middellandse Zee vindt ze het meest beangstigend. Dagenlang dobbert ze op een oneindige zee, opgepropt, bevuild door uitwerpselen, omsloten door water, zonder te weten of dit ooit zou eindigen. Ze kan zich niet voorstellen dat mensen ooit voor hun plezier met een bootje gaan varen.   

Duizenden vluchtelingen 

Een verhaal als dit, waarbij ik de pijn zag in haar ogen, houdt me dagen bezig. Ik ben niet de enige weet ik. Dit is maar één verhaal en er zijn duizenden vluchtelingen. Werkers onder vluchtelingen lijden niet zelden aan secundaire traumatische stress. Het horen van deze verhalen, het staan met lege handen, doet pijn en laat zijn sporen na. We proberen onze medewerkers en vrijwilligers te helpen door debriefing en preventieve maatregelen.  

Ons werk kan het leed van vluchtelingen niet weghalen. Het is te groot en te veel. Maar toch is het belangrijk: Radeloosheid mag je delen, pijn mag worden uitgeschreeuwd. 

Laatst lazen we Psalm 56: 

Ú hebt mijn omzwervingen geteld;
doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register?
Dan zullen mijn vijanden terugdeinzen,
op de dag dat ik roep.
Dit weet ik: dat God met mij is.  

Soms bén je alleen nog maar je radeloosheid. De kruik is vol gehuild met tranen. En dan in Psalm 56: Als ik U roep dan weet ik dat U bij mij bent. God geeft de vluchteling, de vluchtelingenwerker, niet het antwoord. Hij ís het antwoord.  

Vaak worden problemen niet opgelost. Iemand voor wie we ons met hart en ziel hebben ingezet krijgt geen verblijfsstatus en verdwijnt uit ons blikveld, in de illegaliteit of op het vliegtuig terug naar het land waar hij doodsbang voor is.  Regelmatig duurt een gezinshereniging extreem lang of lukt het helemaal niet. Mensen, meestal vaders, die dat overkomt kunnen gek worden van radeloosheid en verdriet. Soms is er een dramatisch bericht uit het land van herkomst.  

Laatste strohalm 

We zijn er. In Jezus’ naam. Met lege handen: De vluchtelingenwerker met lege handen ontmoet de vluchteling met lege handen. Met de frustratie dat we een probleem niet kunnen oplossen. Met dat ongemakkelijke gevoel als een vluchteling zich aan ons vastklampt als aan een laatste strohalm. Radeloosheid is erg. Alleen worden gelaten in radeloosheid is erger. Daarom zijn we er. Helpen we waar het kan. Bidden. Als ik u roep, als wij u roepen, dan weet ik dat God bij ons is. 

Wie ben ik, als ik geen hoop meer heb? Dat is de vraag waar vluchtelingen mij mee confronteren. Juist dan weet ik dat ik Jezus nodig heb. De Ander die me laat voelen dat ik leef, dat ik pijn heb maar ook hoop en levenslust. Dat kwaad en zonde niet het laatste woord hebben. Vaak komt die Ander op me af door een van Zijn kinderen.  

Niet zelden, als we het gevoel hadden dat we niets konden doen, bedankt een vluchteling ons in tranen. En dan ontdekken we dat de ander voor hem mochten zijn, die zicht gaf op de Ander. 

Tekst: Jan Pieter Mostert 
Uit: Weergave, juni 2021

 

Hier vind je meer inspirerende verhalen

 

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world