We hadden een goed leven, maar geen geloofsvrijheid

Familie, werk, een huis, hun land. Nemat en Mitra uit Iran lieten alles achter om geloofsvrijheid te krijgen. Op Paaszondag lieten ze zich dopen. Dat bracht rust en licht in hun leven. “Het voelt alsof we opnieuw zijn geboren.”

Nemat en zijn vrouw Mitra wonen met hun dochter Ghazal (14) en zoon Bardia (7) in het asielzoekerscentrum van Katwijk. Oorspronkelijk komen Nemat en Mitra uit de Iraanse miljoenenstad Mashhad. Nemat bezat daar een autowasserette. Ze hadden een goed leven, maar na een incident beseften ze dat het voor hen als christenen te gevaarlijk werd om in Iran te blijven.
Mitra legt met tranen in haar ogen uit hoe moeilijk het was hun familie achter te laten. “Wat het extra zwaar maakte, was dat mijn vader overleed toen we net naar Nederland waren gevlucht. Ik voelde me erg verdrietig. Het bijzondere is wel dat God heel dicht bij me was. Toen ik mijn aardse vader verloor, kreeg ik een Vader in de hemel ervoor terug. Zo heb ik dat ervaren.”

Gebed en lezen uit de Bijbel

Voor Mitra en ook voor Nemat is het geloof erg belangrijk. Ze lezen uit de Bijbel en bidden elke dag. Nemat: “Dat biedt kracht en troost. In Iran moet je als christen alles in het geheim doen. Er is geen enkele geloofsvrijheid. Hier mogen we Jezus openlijk volgen.” Mitra zegt stralend. “We willen Hem steeds beter leren kennen.”
Niet al hun gebeden worden verhoord, maar zegt Nemat: “Ik geloof in Gods timing van dingen en dat alles deel uitmaakt van Gods plan voor ons. Dat we ons volledig aan Hem moeten overgeven en op Hem moeten vertrouwen.”
Ze voelen zich na een verblijf van vijftien maanden geaccepteerd in Nederland. “Er is wederzijds respect. Nederlanders zijn erg vriendelijk tegen ons. Ook de kinderen zijn meer en meer thuis in Nederland. Ghazal en Bardia gaan hier allebei naar school en spreken al aardig de taal. Alsof hij dat wil illustreren, kijkt Bardia even op van zijn spelletje en zegt trots. “Ik heb drie vrienden.”
Helaas weten Nemat en Mitra nog niet of ze mogen blijven. Misschien moeten ze terug naar Italië, waarvoor ze een visum kregen voordat ze Iran ontvluchtten. Die onzekerheid knaagt aan hen. “Je kunt weinig doen zolang je geen duidelijkheid krijgt”, benadrukt Mitra, “In Iran waren we hele actieve mensen, dat zouden we weer willen zijn. Ik zou graag vrijwilligerswerk willen doen, zodat ik nog meer mensen leer kennen.” Nemat vult aan: “Het doet pijn dat we onze kinderen al zo lang geen normaal leven kunnen bieden. Bardia was vijf toen we uit Iran vertrokken. Hij herinnert zich nog alles van het leven daar. Elke dag vraagt hij aan mij: “Papa, waar is ons huis?”

“Elke dag vraagt hij aan mij: “Papa, waar is ons huis?”

Fietsende Nederlanders

Ineens schatert Nemat het uit. Hij herinnert zich ineens het verbaasde gezicht van Bardia toe ze hier net waren: “Hij vond het gek om te zien dat zoveel mensen in Nederland fietsen. Alleen kinderen en mannen fietsen in Iran en voor kinderen is het vooral een manier om te spelen. In Iran is fietsen gevaarlijk, want er zijn geen speciale paden. Vrouwen mogen er volgens de islamitische regels zelfs helemaal niet fietsen.”

Gedoopt

Op paaszondag kwam een grote wens van Nemat en Mitra uit. Ze lieten zich dopen in de Immanuelkerk in Rijnsburg. Nemat legt uit dat de doop Mitra en hem rust heeft gebracht. “Het voelt alsof we opnieuw zijn geboren.” Hij legt twee handen tegen zijn wang. “We gingen na onze doop terug naar onze kamers en konden slapen als baby’s.”

Tekst: Mariëtte Woudenberg

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world