Podcast trauma vanwege vlucht
Als 9-jarig meisje vlucht Sandra Mirza met haar moeder vanuit Libanon naar Nederland. Jaren later krijgt ze lichamelijke klachten en ontdekt dat die hun oorsprong hebben in het trauma van vluchten. Ze vertelt hierover in de Gave-podcast ‘Nieuwe buren, nieuwe avonturen’.
Tien jaar lang woonden Sandra (35) en haar moeder in elf verschillende asielzoekerscentra. Hierdoor was het moeilijk om vriendschappen te behouden. “Het contact was helaas elke keer te kort en op het azc was een vriendschap vaak gebaseerd op ‘samen vluchteling zijn’.” Buiten het azc voelde ze zich niet geliefd. “In de bus naar school werd ik gepest door kinderen uit een dorp vlakbij, omdat ik anders was. Het azc was in hun omgeving niet gewenst en ik dus ook niet.”
“Het azc was in hun omgeving niet gewenst en ik dus ook niet.”
Het leven tussen verschillende culturen zorgt voor vragen over haar identiteit. “Mijn ouders komen uit Syrië. Zij zijn Syrisch-orthodoxe christenen (Arameeërs) en vluchtten naar Libanon. Hier ben ik geboren en opgegroeid tot mijn negende. Wie ben ik nu? Het Libanese meisje of de Nederlandse vrouw met een vluchtelingenachtergrond?”
Vragen en aannames
Sandra krijgt veel vragen over waarom ze gevlucht zijn. “Maar ik ben niet zelf gevlucht. En ik ken ook niet het hele verhaal van mijn moeder. Daarom vulde ik vaak zelf maar wat in.” Het gezin heeft door omstandigheden moeten vluchten, weet ze. “Eerst mijn broers en zij belandden in Zweden. Daarna vluchtte mijn moeder met mij. Wij kwamen in Nederland. Je hebt geen inspraak op waar je uiteindelijk wordt toegelaten.”
“Angst voor vluchtelingen is vaak gebaseerd op aannames.”
Ze merkt dat veel Nederlanders angst hebben voor vluchtelingen. “Dit is vaak gebaseerd op aannames. Het ontbreekt aan kennis en velen vullen dan zelf maar wat in. Maar het zou zo’n verschil maken als ze oprechte interesse tonen op basis van liefde. Dat kan het verschil maken voor een volgende generatie.”
Gezien en geliefd
De ommekeer komt als Sandra een flyer krijgt van een Gave-jongerenkamp. “Dit kamp was als een warm bad! Ik ontmoette er ‘medestanders’ en ‘gewone’ Nederlandse kinderen. Voor het eerst voelde ik me gezien, gehoord en geliefd. Na afloop van de kampweek kreeg ik een steentje. Dat stond symbool voor ‘iemand geeft om mij’. Dit bewaar ik nog steeds.”
“Dat steentje stond symbool voor ‘iemand geeft om mij’. Dit bewaar ik nog steeds.”
Meerdere keren komt Sandra naar het Gave-kamp als deelnemer en vervolgens ook als leiding. “Zo kon ik ook mijn steentje bijdragen. Het is mijn hoop dat andere vluchtelingen ook worden gezien en geliefd.” Ze koestert de warme herinneringen aan de jongerenkampen. “Het waren onwijs onvergetelijke kampweken. Ik heb nog steeds contact met vrienden die ik daar heb leren kennen. Voor elke vluchteling die ik ken, is het kamp een hoogtepunt in hun leven geweest.”
Trauma van vluchten
Zodra Sandra gaat werken, duiken echter regelmatig weer negatieve gevoelens rond acceptatie op. Het uit zich zelfs in lichamelijke klachten. Door gesprekken en intensieve therapie ontdekt ze dat het voortkomt uit het trauma van vluchten. “Heel veel vluchtelingen kunnen hiermee kampen. Vaak wordt dit niet herkend. Veel vluchtelingen negeren deze gevoelens, deels door de cultuur van ‘het komt wel goed’ en geen hulp willen vragen.”
Deze kennis en ervaring over trauma deelt Sandra Mirza nu binnen Gave. Voorafgaand aan de jongerenkampen gaf ze hierover een workshop aan de kampleiders. “Toen werd ik ineens emotioneel, omdat alle warme herinneringen terugkwamen. Ik besefte de impact van deze kampen op vluchtelingen.”
“Je geeft veel van jezelf bloot, dat maakt je kwetsbaar.”
Sandra werkte ook mee aan de Gave-podcast ‘Nieuwe buren, nieuwe avonturen‘. “Dat was wel spannend. Je geeft veel van jezelf bloot, dat maakt je kwetsbaar. Maar het is ook krachtig, omdat je een taboe doorbreekt dat rond trauma hangt. Met mijn verhaal wil ik anderen bewust maken hoe belangrijk dit werk van Gave is voor vluchtelingen. En ik vind het fijn dat ik iets terug kan doen voor de organisatie die mij zo heeft geholpen me gezien en geliefd te voelen.”
Tekst: Anna Klappe | Foto’s: Niek Stam