Vluchtelingen balanceren tussen hoop en vrees in Ter Apel
Op het eerste gezicht ziet het eruit als een netjes en verzorgd dorp met strakke rijtjeswoningen en aangeharkte perkjes. Met dit verschil: het is volledig omheind en er lopen opvallend veel mensen in uniform tussen de uitsluitend buitenlandse bewoners. Welkom in de asielopvang in Ter Apel.
Samen met Gave-medewerker Seth Obbink en vrijwilliger Mark Molenhuis wacht ik bij de poort tot Ali* uit Syrië ons ophaalt. Vervolgens moeten we ons melden bij de receptie. Na lange tijd krijgen we onze ID-kaart terug met een bezoekerspas en kunnen verder lopen. We passeren een speelveld waar drommen kinderen zich vermaken op springkussens of wachten op een roze suikerspin. Een goedmakertje van het COA omdat het de week ervoor zo druk was en mensen buiten moesten wachten, legt iemand uit.
Ali wacht rustig af
Met een bekertje thee gaan we zitten bij een picknicktafel. Ali probeert in het Nederlands te praten, maar zijn woordenschat is beperkt. Af en toe schakelen we over in gebrekkig Engels of pakken een vertaalapp erbij. Hij is 28 en woont hier nu zes maanden. Zijn vrouw en kind zijn achtergebleven in Turkije waar hij werkte als lasser. Nu volgt hij elke ochtend taalles en ‘s middags sport hij in de fitnessruimte. Het eten dat dagelijks voor hen wordt gekookt is prima, zegt hij. De woning vindt hij ook geweldig, hoewel hij zijn slaapkamer moet delen met zijn tienjarige neefje. “Hier kan ik tenminste slapen. Alles in Ter Apel is beter dan die drie maanden in Griekenland. Daar was het heel slecht en we hadden het erg koud.”
“Hier kan ik tenminste slapen. Alles in Ter Apel is beter dan die drie maanden in Griekenland. ”
Ali hoopt gauw naar een asielzoekerscentrum (azc) te mogen. “Sommigen zijn hier maar heel kort, en vertrekken al snel weer.” Waarom hij al een half jaar in het aanmeldcentrum zit, weet hij niet, maar hij wacht geduldig af en hoopt op afzienbare tijd in Nederland, samen met zijn gezin, een toekomst te kunnen opbouwen.
Sarah is bang
Sarah uit Iran is inmiddels overgebracht naar een azc. Ik bel haar op. “Ik weet niet waar ik aan toe ben”, klinkt het bezorgd. “Het maakt me zo onzeker en ik ben bang. Ik heb nog steeds geen interview gehad, terwijl ik al anderhalf jaar in Nederland ben. Laatst kreeg ik een brief dat de deadline voor het gesprek helaas niet was gehaald en dat ik nog moet wachten, maar ze geven me totaal geen perspectief hoelang dat nog kan duren! Ik mis gewoon een stip aan de horizon.” De spanning en frustratie is hoorbaar in haar stem. Ze schreeuwt er bijna bij.
“Ik mis gewoon een stip aan de horizon.”
Ook zij moet haar slaapkamer delen en dagelijks manoeuvreren tussen andere culturen en gewoontes om haar heen. “Je wordt met allerlei verschillende talen en religies bij elkaar gezet. Bovendien heeft iedereen zijn eigen problemen. Het is heel erg moeilijk. Sommigen wonen hier al jaren. Ik ben erg bang. Hoe langer dit duurt, hoe moeilijker ik straks kan participeren in de Nederlandse samenleving. Ik wil hier graag een leven opbouwen en met werk bijdragen aan de Nederlandse economie.”
Samuël heeft hoop verloren
We rijden naar de andere kant van de asielopvang in Ter Apel. De Pakistaanse Samuël* haalt ons op bij de poort. Opnieuw moeten we ons registreren en lang wachten voordat we naar zijn huisje kunnen lopen. Deze kleine ‘woonwijk’ is sinds twee weken met een hek volledig afgesloten van de rest van de opvang. “Maar wij zijn geen misdadigers. Kijk, onze kinderen willen ook graag spelen, maar die mogen daar niet naar toe!” Hij wijst verontwaardigd naar de gezelligheid verderop bij de springkussens.
Zijn gezin is ondergebracht in de vrijheidsbeperkende locatie, het voorstation voor uitzetting. Ze moeten terug naar Hongarije waar ze eerst asiel hebben aangevraagd. “De regering doet daar niets voor vluchtelingen. Ze laten je gewoon aan je lot over. We konden via een kerk vier jaar terecht in een woning, maar die moesten we verlaten toen de eigenaar terugkeerde. Ik kon daar ook niet gewoon werken, alleen zwart en daarmee kan ik geen huis huren.”
“Ik kan net zo goed doodgaan. Mijn leven is gewoon voorbij.”
Samuël hoopte in Nederland werk te vinden. In Pakistan runde hij een autobedrijf samen met zijn vader. “Mijn vader is een maand geleden overleden. Nu hebben we niets meer, en mijn moeder heeft mijn hulp nodig.” De paniek is zichtbaar in zijn ogen. “Waarom sturen ze niet elke dag een bus naar de opvang om ons ergens te laten werken? Ik hoef niet eens loon te krijgen, maar dan heb ik tenminste een reden om op te staan en me te verzorgen. Dit is onmenselijk, we worden behandeld als slaven. Ik kan net zo goed doodgaan. Mijn leven is gewoon voorbij.”
*Namen zijn gefingeerd.
Seth en Lisette
Seth en Lisette Obbink werken sinds 2023 voor Gave. Juist in Ter Apel willen zij de vluchtelingen liefhebben en bemoedigen, om zo Jezus’ liefde te laten zien. Ze geven hier samen met de kerken in de omgeving handen en voeten aan. Speciaal hiervoor zijn ze ook met hun jonge gezin gaan wonen in Ter Apel.
Tekst: Anna Klappe | Foto’s: COA-beeldbank, eigen bezit
Gepubliceerd in Weergave 3, november 2024