Vluchtelingen op doorreis staan open voor Evangelie
De eerste periode die een vluchteling in Nederland verblijft, is hij het meest ontvankelijk voor het Evangelie. Dat zegt teamleider Marco Vos van Gave. Hij roept kerken op om de Blijde Boodschap juist in die periode te delen. “Denk niet dat alle moeite voor niets is, omdat ze zo weer weg zijn”, zegt hij. Zendeling Gibson Hakizimana is zelf asielzoeker en bevestigt de woorden van Vos uit eigen ervaring.
Nieuwkomers staan volgens Vos open voor de Nederlandse samenleving en het christelijk geloof. “Binnen twee of drie jaar beslissen ze vaak of ze echt interesse hebben of dat ze bij hun eigen geloof blijven.” Als reden noemt Vos dat vluchtelingen in het begin van hun verblijf in Nederland nog optimistisch zijn over hun toekomst en open staan voor de westerse cultuur. “Ze willen hier een nieuw bestaan opbouwen en zijn het wachten op een verblijfsvergunning nog niet moe. Dat verandert als ze een negatief besluit krijgen van de IND of uitgeprocedeerd raken. Dan moeten ze nadenken over terugkeer naar hun land. Dan trekken ze zich vaak terug en neemt de spanning toe. Als ze in de eerste maanden van hun verblijf echter contact hebben met Nederlanders, kan dat juist leiden tot doorbraken op geestelijk en sociaal gebied.”
Afwegingen
Vos erkent dat mensen die met vluchtelingen werken, voortdurend moeilijke afwegingen maken. “Aan de ene kant willen ze investeren in relaties en geleidelijk het evangelie bekendmaken. Aan de andere kant ervaren ze tijdsdruk bij evangelisatie, omdat de vluchtelingen mogelijk weer snel weg zijn. Mijn advies: wacht niet te lang. Dat ze op doorreis zijn, maakt het juist tot een uitdaging om in die korte tijd naast hen te staan. Als ze weer terug moeten naar hun eigen land, nemen ze die ervaring in ieder geval mee.”
Indrukken
Gibson vertelt uit eigen ervaring: “Als een vluchteling net in Nederland is, staat hij nog open voor het nieuwe land. Dan heeft hij juist behoefte aan contacten met Nederlanders en is hij vaak bereid om over het geloof te praten.” Gibson roept de kerken op te blijven omzien naar vluchtelingen, ook al zijn die binnen enkele weken weer vertrokken. “Je plant een zaadje en dat nemen ze mee. Daarna is het aan God om het te laten groeien.”
Burundi
Gibson is er van overtuigd dat God ook zijn leven leidt. In Burundi was hij gewend om zijn eigen leventje te leiden. “Ik raakte na aankomst in Nederland steeds depressiever, ging op zoek naar God en bad: ‘Heere, ik wil u beter leren kennen’. Hij antwoordde mij: ‘Ik kan je alle schatten van de wereld geven, maar zonder Mij blijf je altijd een vreemdeling en zul jij je leeg blijven voelen. Hoewel ik nu nog geen verblijfsvergunning heb, weet ik dat Hij mij helpt en alle dingen ten goede laat meewerken. Hij zal mijn moeilijkheden gebruiken voor iets moois.” Gibson gelooft ook dat God de reis gebruikt, die hij de afgelopen jaren heeft moeten maken. Hij voelt dat hij nu dichter bij Hem leeft. “In Burundi ging ik ook wel naar de kerk, maar ik had nog geen relatie met God. Mijn reis met God is hier in Nederland begonnen. Dat was een deel van Zijn plan.”
Verlangen
Vorig jaar volgde Gibson een bijbelschool van Jeugd met een Opdracht in Amsterdam, waar hij nu staflid is. Via die organisatie komt hij in contact met jonge mensen uit de hele wereld met hetzelfde verlangen om God te dienen. “Waar mijn toekomst ligt, weet ik niet. Wel heb ik een droom: ik wil graag naar Afrika om daar een gebedshuis op te richten. Daar is nog zoveel ellende. Alleen Zijn liefde kan dat veranderen en die wil ik uitdragen.”
Tekst: Jeroen Kanis
Foto: Jan Vorsselman
Uit: Weergave maart 2010