Voetballen met vluchtelingen

Het was een beetje onwennig voor Mark van den Bunt (25) om het eerste contact te leggen met vluchtelingen, maar samen voetballen verbreekt alle taal- en cultuurbarrières. ‘Ik ben met een bal onder mijn arm naar het azc gegaan. Twee jongens hadden wel zin om te sporten en in mum van tijd stond het hele voetbalveld vol.’

‘Elk weekend bezoek ik vluchtelingen in het azc. Ik wil mijn geloof uitstralen door er te zijn voor mensen die gevlucht zijn’, legt Mark uit. In maart 2014 wordt er vlakbij zijn woonplaats een azc geopend. Mark besluit mee te doen aan kerkelijk werk onder de asielzoekers. ‘ Het contact leggen is wat lastig, je moet even over een drempel, maar daarna gaat het vanzelf. Wanneer je aardige jongens ontmoet die dezelfde interesses hebben, zoals voetbal, ontstaat er al heel snel een vriendschappelijke relatie.’

Vanzelfsprekend?

Mark heeft voornamelijk contact met Eritrese jongens van zijn eigen leeftijd. De jongeren zijn gevlucht voor een overheid die mensenrechten met voeten treedt. Mark: ‘Deze vluchtelingen hebben de meest heftige dingen meegemaakt. Als ik hun verhalen hoor, besef ik dat ik heel erg gezegend ben dat ik in Nederland ben opgegroeid. Mijn leven had er heel anders uitgezien als ik daar was geboren. Ik ben me nu meer bewust van wat ik heb, omdat ik zie dat het ook heel anders kan.’ ‘Er heeft bijvoorbeeld maar één van de jongens die ik ken gestudeerd,’ vertelt Mark, ‘Hij is op zestienjarige leeftijd van school gegaan. De anderen zijn allemaal rond hun twaalfde al gaan werken. Dat biedt weinig toekomstperspectief.’ Voor Mark is onderwijs heel belangrijk, hij is zelf bezig met halen van zijn doctorsgraad. ‘Ik heb de mogelijkheid gehad om me te ontwikkelen, die jongens niet. Degene die gestudeerd heeft, spreekt een beetje Engels. Daar wordt door andere Eritreeërs tegenop gekeken, terwijl het in Nederland heel vanzelfsprekend is dat je een vreemde taal leert.’

Vrienden

Gelijkwaardigheid en vriendschap zijn voor Mark kernwoorden in het contact met de vluchtelingen. ‘Zij zijn hetzelfde als ik, ze hebben alleen een andere achtergrond. Het is gezellig om naar die jongens te gaan. Ik eet een keer met hen mee; met mijn handen dus. Zij komen bij mij en stuntelen met mes en vork. We leren veel over elkaars cultuur. Ik wil geen afhankelijkheidsrelatie: dat zij zich bijvoorbeeld verplicht voelen om met mij mee naar de kerk te gaan, omdat ik hen help. ’Een aantal van de Eritreeërs verblijft inmiddels niet meer in het azc, maar hebben een huis toegewezen gekregen. Mark: ‘Ik ga nog steeds bij hen op bezoek. Ik ben toch de enige die zij goed kennen van de lokale cultuur, buiten de mensen met wie ze een professioneel contact hebben. Hoewel ik hen help met bijvoorbeeld het vertalen van een brief, voel ik me geen vrijwilliger. Als ik het als een verplichting zag, zou ik het ook niet zo lang volhouden. Ik ben een vriend in een omgeving die vreemd voor hen is.’

Tekst: Aafke Lamberink
Foto: Mark van den Bunt en Janne Mesu
Uit: Weergave december 2014

 

Hier vind je meer inspirerende verhalen

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world