“Waarom zou ik liegen over Jezus?”

Hij schuift zijn zwarte haren opzij en laat de hechtingen in zijn hoofdwond zien. Ook toont hij het bewijs van zijn ziekenhuisopname. “Twee mannen sloegen mij toen ik hen vertelde, dat ik christen ben”, vertelt Achmed.

Het gebeurde toen Achmed een wandeling maakte buiten zijn azc. “Twee mannen kwamen op mij af en vroegen mij: ‘Ben je christen of moslim?’. ‘Wat vinden jullie beter?’, vroeg ik hen. ‘Dat doet er niet toe, ben je christen of moslim?’, antwoordden ze. Toen ik hen vertelde dat ik christen ben, voelde ik een klap op mijn hoofd en vanaf dat moment moet ik even buiten bewustzijn zijn geweest. Ik kan me niets meer herinneren. Ook hun gezichten niet.” Achmed werd in het ziekenhuis behandeld aan zijn hoofdwond. Hoewel de politie een rapport opmaakte en hij de nacht doorbracht op een politiebureau, durfde hij de volgende dag niet meer terug te keren naar zijn azc. Hij zocht onderdak bij een vriend. “Hem vertelde ik dat ik van mijn fiets was gevallen. Ik durfde niet te vertellen dat ik ben geslagen, omdat ik christen ben. Ik ben bang dat ze me vermoorden.”

“Als mij iets overkomt, weet ik zeker dat ik veilig ben bij God.”

Bang

Ook is Achmed bang om terug te keren naar Irak. Hij heeft een negatief besluit op zijn asielaanvraag, waardoor de kans groot is dat hij wordt teruggestuurd. Hij toont een foto, waarop hij in zijn thuisland naast Amerikaanse militairen poseert. “Ik hielp hen terroristen op te sporen”, zegt Achmed, terwijl hij een verklaring toont die is ondertekend door een Amerikaanse legerfunctionaris. De militair verzoekt Achmed asiel te verlenen, vanwege zijn verdienste voor het Amerikaanse leger en het gevaar dat hij en zijn familieleden in de toekomst daardoor lopen. “Toch heeft die brief nog niets geholpen, terwijl ik mijn leven straks niet zeker ben als ik terug moet naar Irak.”

Hoop

De enige hoop die Achmed heeft, is zijn geloof in God, hoewel zijn bekering tot het christendom hem door zijn familieleden en landgenoten niet in dank wordt afgenomen. “Mijn moeder en zus – die ook in Nederland wonen – willen niet meer met mij praten. Ik ben zelfs bedreigd door mijn oom. Sommigen adviseren mij om aangifte bij de politie te doen, maar dat wil ik niet; het blijft mijn familie.”

Als Achmed over Jezus praat, twinkelen zijn ogen en toont hij een glimlach. Hij bekeerde zich toen hij in Nederland in contact kwam met een christelijke Irakese asielzoeker. Die vertelde hem veel over zijn geloof en bad voor hem toen hij ziek was. “Hij legde de Bijbel op mijn handen en sprak een gebed uit. ’s Nachts droomde ik over Jezus. Hij zei: ‘Kom bij Mij, je bent Mijn kind. Ik geef je een nieuw leven.’ De volgende dag voelde ik mij beter. Ik gaf mijn hart aan Jezus en ging naar de kerk.”

Zijn geloof geeft Achmed niet op en hij wil er ook niet geheimzinnig over doen. “Waarom zou ik liegen over Jezus? Binnenkort word ik gedoopt. Dat is mijn grote wens, want als mij iets overkomt, weet ik zeker dat ik veilig ben bij God.”

Achmed is een gefingeerde naam.

Tekst: Jeroen Kanis
Uit: Weergave maart 2012

 

Hier vind je meer inspirerende verhalen

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world