Zendeling onder volk zonder zendingsgeschiedenis

Achttien jaar lang heeft Nico de Vries* zich ingezet voor asielzoekers. Wat begon als een spontaan contact met een asielzoeker uit Niger groeide uit tot leiding geven bij Gave aan het werk onder Afghanen en Iraniërs. Nico kijkt terug op een zegenrijke tijd.

Op een bijzondere manier kwam hij in 1991 in contact met vluchtelingen. Als bijbelschoolstudent was hij op stage naar Niger. Terug in Scheveningen ontmoette Nico asielzoeker Moestafa uit Niger. “De enige asielzoeker uit Niger die ik trouwens ooit ben tegengekomen”. Ze hadden direct een klik. En dat groeide verder uit. “In het Opvang Centrum in Den Haag gaf ik een Bijbel aan een Iraanse man. Hij werd zo ontzettend blij, dat ik spontaan een zoen kreeg. Deze ontmoeting stond symbolisch voor de openheid van asielzoekers voor het Evangelie. En bijna niemand wist dat, ook Gave bestond nog niet”.

We hadden geregeld maaltijden, verkoop van tweedehands kleding en filmavonden (met de film over het Lucas-Evangelie). Er ontstond een goede interkerkelijke werkgroep. Voor zijn studie niet Westerse sociologie ging Nico op stage naar Afghanistan. Daar verloor hij zijn hart aan Afghanen. Teruggekomen in Nederland was zijn plan om via een christelijke hulpverleningsorganisatie uitgezonden te worden. Maar eerst wilde hij een diaconaal jaar in Nederland. Zo startte Nico in 1997 bij stichting Gave als begeleider asielzoekerswerk in Zuid-Limburg. “Je had daar een bijzondere situatie, in een straal van vijfentwintig kilometer waren vijf azc’s en zes noodopvanglocaties en geen enkel gecoördineerd werk onder de asielzoekers. Het was mijn taak om meer christenen erbij te betrekken. Het beste dat werkte was als ik ze meenam het centrum in. Meestal waren ze gelijk verkocht als ze de nood op het azc zagen.”

Het jaar daarop zou Nico uitgezonden worden naar Afghanistan. Maar de situatie in Afghanistan was met de komst van de Taliban erg veranderd. “Kabul was ingenomen. Ik stond voor een rare keuze. Ging ik voor een betaalde baan naar Afghanistan, of bleef ik bij Gave waarbij ik voor mijn salaris afhankelijk zou zijn van een eigen achterban. In Afghanistan zou zending bijna uitgesloten zijn, maar in Nederland kon ik Afghanen aan de lopende band bereiken met het Evangelie. Ik zag het als Gods timing en bleef hier.

Bloeitijd

Onder de Afghanen volgde een bloeitijd. Er kwamen Afghanen tot geloof. In twee jaar tijd groeide het aantal christen Afghanen van twee naar vijfentwintig. Bekeerde Afghanen vormden samen een netwerk voor bijeenkomsten en ontwikkeling van materialen. “Toen ontdekte ik dat de een na de ander via de achterdeur weer verdween. De een durfde niet tegen zijn vrouw te vertellen dat hij christen was en langzaam verflauwde zijn geloof. Een ander kwam in contact met een vrijzinnige christen en stopte met evangeliseren. Veel vielen er voor het geld. Ik merkte dat evangelisatie punt één is, maar dat het traject erna onmisbaar is. Hoe help je christenen te groeien in hun geloof, hoe kun je ze discipelen? Mijn focus veranderde naar kleine groepjes, waarin de Afghanen eerst maar eens leerden bidden en omgaan met elkaar. Maar het heeft niet helemaal gewerkt. Ik hoopte dat er Afghanen zouden opstaan om het werk zelf ter hand te nemen. Die sleutelfiguren heb ik echter niet gevonden.”

Ondanks deze tegenslag is Nico geen teleurgesteld mens. “Ik weet dat ik werk heb verricht onder een volk zonder zendingsgeschiedenis. Je hebt een mensenleven nodig om iets te bereiken waarmee je goed verder kan bouwen. Ik heb veel kunnen zaaien. Bij teleurstelling is het moeilijk om je vreugde en motivatie vast te houden, maar wat mij hielp was dat ik weer terug ging naar God. Hij had me voor dit werk geroepen. Ook is het belangrijk om te durven loslaten en veranderen ”.

“Ik heb veel kunnen zaaien”

Zegen

Het werk onder asielzoekers geeft zegen, daar hoeft Nico niet lang over na te denken. “Een Iraans meisje mailde me dat ze zoveel zegen van Nederlanders had ontvangen. “Ze hebben me gastvrij ontvangen en over Jezus verteld, als ik zie hoe wij in Iran omgaan met Afghanen, ben ik des te dankbaarder hoe Nederlanders met mij zijn omgegaan. Ik moest vluchten om hier Jezus te leren kennen.”

De asielzoekers die christen zijn geworden zijn een zegen. “Veel buitenlanders hebben een geloofsbeleving met meer gevoeligheid voor het bovennatuurlijke. We zouden Gods kinderen uit andere culturen zo’n plek moeten geven in onze kerken dat deze aantrekkelijker wordt, ook voor Nederlanders die hun kinderen naar yoga sturen. Het getuigenis van een Afghaanse ex-moslim vrouw maakt tien keer meer indruk dan mijn bekeringsverhaal.

Ik heb het bij Gave erg naar mijn zin gehad. Ik kreeg ruimte om er mijn talenten en gaven te ontwikkelen. Het unieke vind ik de vermenging van reformatorische en evangelische christenen. Dit is mooi in balans. Het was voor mij stimulerend om te leren leven vanuit geloof door de eigen persoonlijke achterban die nodig is voor het salaris.

Nu ik weg ben bij Gave wil ik de zegen doorgeven die ik via vluchtelingen heb ontvangen. Ik ben een intercultureel adviesbureau gestart en wil hiermee stimuleren dat niet-westerse christenen een platform krijgen en wil kerken op intercultureel gebied toerusting bieden.

Voor nu heb ik het werk onder Afghanen losgelaten. Ik vergelijk het met Mozes en Jozua. Mozes had de taak om na veel omzwervingen het volk bij het beloofde land te brengen. Jozua mocht Israël binnengaan. Als ik als Mozes geroepen ben, moet ik niet verwachten dat ik als Jozua het land ga innemen.”

*Nico heeft in werkelijkheid een andere naam.

Tekst en foto: Rien Bregman 
Uit: Weergave oktober 2009

Hier vind je meer inspirerende verhalen

BLIJF OP DE HOOGTE

Mis niets van ons Gave nieuws en aanbod

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world